BWBR0011768
Geldig vanaf 01-07-2001
Artikel 4
Verordening gemeenschappelijk secretariaat vorderingen Landbouwschap 2000
1. Het bestuur bestaat uit tien leden, te weten vijf leden afkomstig van ondernemersorganisaties uit de primaire sector en vijf leden afkomstig van werknemersorganisaties, te benoemen uit het midden van de respectieve besturen van:
a. het Hoofdproductschap Akkerbouw, één lid uit elke categorie,
b. het Productschap Tuinbouw, één lid uit elke categorie,
c. het Productschap Pluimvee en Eieren, één lid uit elke categorie,
d. het Productschap Vee en Vlees, één lid uit elke categorie,
e. het Productschap Zuivel, één lid uit elke categorie,
Voor elk lid wordt tevens een plaatsvervangend lid benoemd.
Alle leden zijn telkenmale herbenoembaar voor een volgende zittingsperiode.
2. Het bestuur vergadert indien de voorzitter zulks in verband met de uitvoering van de taak van het gemeenschappelijk secretariaat nodig acht, dan wel indien tenminste twee leden het verlangen daartoe aan de voorzitter hebben kenbaar gemaakt, doch ten minste twee keer per jaar.
3. Een secretaris heeft in de vergaderingen van het bestuur een raadgevende stem.
4. Jaarlijks brengt het bestuur vóór 1 juli verslag uit omtrent de werkzaamheden van het gemeenschappelijk secretariaat in het voorafgaande kalenderjaar. Dit verslag wordt toegezonden aan de besturen van de instellende productschappen alsmede aan de Sociaal-Economische Raad.
5. Het bepaalde in de artikelen 20, 22, 24, 25 en 89, tweede lid, van de wet is op het bestuur van overeenkomstige toepassing.
6. De zittingsperiode van het bestuur bestrijkt een periode van twee jaar. De leden van het bestuur worden voor de eerste maal benoemd voor een periode eindigende op 31 december 2001.
a. het Hoofdproductschap Akkerbouw, één lid uit elke categorie,
b. het Productschap Tuinbouw, één lid uit elke categorie,
c. het Productschap Pluimvee en Eieren, één lid uit elke categorie,
d. het Productschap Vee en Vlees, één lid uit elke categorie,
e. het Productschap Zuivel, één lid uit elke categorie,
Voor elk lid wordt tevens een plaatsvervangend lid benoemd.
Alle leden zijn telkenmale herbenoembaar voor een volgende zittingsperiode.
2. Het bestuur vergadert indien de voorzitter zulks in verband met de uitvoering van de taak van het gemeenschappelijk secretariaat nodig acht, dan wel indien tenminste twee leden het verlangen daartoe aan de voorzitter hebben kenbaar gemaakt, doch ten minste twee keer per jaar.
3. Een secretaris heeft in de vergaderingen van het bestuur een raadgevende stem.
4. Jaarlijks brengt het bestuur vóór 1 juli verslag uit omtrent de werkzaamheden van het gemeenschappelijk secretariaat in het voorafgaande kalenderjaar. Dit verslag wordt toegezonden aan de besturen van de instellende productschappen alsmede aan de Sociaal-Economische Raad.
5. Het bepaalde in de artikelen 20, 22, 24, 25 en 89, tweede lid, van de wet is op het bestuur van overeenkomstige toepassing.
6. De zittingsperiode van het bestuur bestrijkt een periode van twee jaar. De leden van het bestuur worden voor de eerste maal benoemd voor een periode eindigende op 31 december 2001.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0011768
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl