BWBR0012010
Geldig vanaf 2000-12-22
Artikel 23
Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000
1. Registratie van een reinigings- en ontsmettingsplaats vindt slechts plaats, indien:
a. de plaats voldoet aan de eisen, opgenomen in bijlage I, deel B, bij deze regeling, en
b. de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de plaats door middel van een daartoe opgesteld document ten genoegen van de minister garandeert dat de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor evenhoevigen die op zijn bedrijf worden gebracht, op adequate wijze en in overeenstemming met deze regeling geschieden.
2. De registratie geschiedt door de minister nadat is gebleken dat aan het eerste lid is voldaan.
3. De aanvraag voor een registratie wordt schriftelijk ingediend bij de VWA.
4. Aan een reinigings- en ontsmettingsplaats die is geregistreerd, wordt een registratienummer toegekend.
5. De registratie kan door de minister worden ingetrokken, indien:
a. niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor registratie;
b. de eigenaar of exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, waaronder mede begrepen degene die op grond van artikel 17, tweede lid, onderdeel b, de reiniging verricht of daarop toezicht houdt, bij aankomst van een leeg vervoermiddel dat niet of onvoldoende is gereinigd, niet terstond meldt bij de Algemene Inspectiedienst;
c. niet wordt gehandeld overeenkomstig hetgeen in het eerste lid, onderdeel b bedoelde document is gegarandeerd, of
d. de eigenaar of exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, waaronder mede begrepen degene die op grond van artikel 17, tweede lid, onderdeel b, de reiniging verricht of daarop toezicht houdt, enig ander van toepassing zijnd voorschrift van deze regeling op de reinigings- en ontsmettingsplaats niet naleeft.
6. De Minister houdt een register bij van geregistreerde reinigings- en ontsmettingsplaatsen dat ter inzage ligt bij de VWA.
a. de plaats voldoet aan de eisen, opgenomen in bijlage I, deel B, bij deze regeling, en
b. de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de plaats door middel van een daartoe opgesteld document ten genoegen van de minister garandeert dat de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor evenhoevigen die op zijn bedrijf worden gebracht, op adequate wijze en in overeenstemming met deze regeling geschieden.
2. De registratie geschiedt door de minister nadat is gebleken dat aan het eerste lid is voldaan.
3. De aanvraag voor een registratie wordt schriftelijk ingediend bij de VWA.
4. Aan een reinigings- en ontsmettingsplaats die is geregistreerd, wordt een registratienummer toegekend.
5. De registratie kan door de minister worden ingetrokken, indien:
a. niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor registratie;
b. de eigenaar of exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, waaronder mede begrepen degene die op grond van artikel 17, tweede lid, onderdeel b, de reiniging verricht of daarop toezicht houdt, bij aankomst van een leeg vervoermiddel dat niet of onvoldoende is gereinigd, niet terstond meldt bij de Algemene Inspectiedienst;
c. niet wordt gehandeld overeenkomstig hetgeen in het eerste lid, onderdeel b bedoelde document is gegarandeerd, of
d. de eigenaar of exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, waaronder mede begrepen degene die op grond van artikel 17, tweede lid, onderdeel b, de reiniging verricht of daarop toezicht houdt, enig ander van toepassing zijnd voorschrift van deze regeling op de reinigings- en ontsmettingsplaats niet naleeft.
6. De Minister houdt een register bij van geregistreerde reinigings- en ontsmettingsplaatsen dat ter inzage ligt bij de VWA.