BWBR0012043
Geldig vanaf 28-01-2001
Artikel 6
Besluit advisering representativiteit bedrijfslichamen
1. Indien de representativiteit van het organisatorische draagvlak van een bestaand bedrijfslichaam als onvoldoende is beoordeeld, doet de Bestuurskamer daarover mededeling aan de betrokken organisaties en aan het bedrijfslichaam en vindt na twee jaar opnieuw een beoordeling van de representativiteit plaats.
2. Indien de representativiteit van het organisatorische draagvlak van een bestaand bedrijfslichaam als voldoende is beoordeeld en de Bestuurskamer ontvangt nadien aanwijzingen dat de representativiteit inmiddels niet meer voldoende is, kan zij besluiten tot een vervroegde beoordeling van de representativiteit van het organisatorische draagvlak. Het eerste lid is hierop van toepassing.
3. Indien de Bestuurskamer op grond van het in het eerste lid bedoelde onderzoek wederom tot de conclusie komt dat de representativiteit onvoldoende is, kan zij de minister adviseren het voortbestaan in ongewijzigde vorm van het bedrijfslichaam te heroverwegen.
2. Indien de representativiteit van het organisatorische draagvlak van een bestaand bedrijfslichaam als voldoende is beoordeeld en de Bestuurskamer ontvangt nadien aanwijzingen dat de representativiteit inmiddels niet meer voldoende is, kan zij besluiten tot een vervroegde beoordeling van de representativiteit van het organisatorische draagvlak. Het eerste lid is hierop van toepassing.
3. Indien de Bestuurskamer op grond van het in het eerste lid bedoelde onderzoek wederom tot de conclusie komt dat de representativiteit onvoldoende is, kan zij de minister adviseren het voortbestaan in ongewijzigde vorm van het bedrijfslichaam te heroverwegen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012043
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl