BWBR0012124
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 19
Subsidieregeling stichtingen rechtsbijstand 2002
1. Tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald, dient de stichting uiterlijk op 21 januari, op 21 mei en op 21 september met betrekking tot de in de vier daaraan voorafgaande maanden gerealiseerde producten een rapportage in bij de raad overeenkomstig een door de raad vast te stellen model.
2. Indien zich een geval voordoet, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, aanhef en onder b en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht doet de stichting daarvan onverwijld mededeling aan de raad.
3. Indien een faillissement of surséance van betaling dreigt, stelt de stichting de raad daarvan onverwijld in kennis.
2. Indien zich een geval voordoet, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, aanhef en onder b en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht doet de stichting daarvan onverwijld mededeling aan de raad.
3. Indien een faillissement of surséance van betaling dreigt, stelt de stichting de raad daarvan onverwijld in kennis.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012124
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl