BWBR0012125
Geldig vanaf 29-07-2001
Artikel 4
Controlevoorschriften Remigratiewet
1. Op verzoek van de Bank legt de remigrant binnen de door de Bank gestelde termijn: a. een door een bevoegde autoriteit gewaarmerkte verklaring inzake het in leven zijn, de burgerlijke staat en de feitelijke gezinssituatie van de remigrant en zijn eventuele partner of kinderen;
b. bewijsstukken met betrekking tot het al dan niet voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner;
c. bewijsstukken met betrekking tot door de remigrant of zijn partner ontvangen uitkeringen welke op de remigratie-uitkering in mindering worden gebracht;
d. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de basisvoorziening, de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de remigrant redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
a. een door een bevoegde autoriteit gewaarmerkte verklaring inzake het in leven zijn, de burgerlijke staat en de feitelijke gezinssituatie van de remigrant en zijn eventuele partner of kinderen;
b. bewijsstukken met betrekking tot het al dan niet voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner;
c. bewijsstukken met betrekking tot door de remigrant of zijn partner ontvangen uitkeringen welke op de remigratie-uitkering in mindering worden gebracht;
d. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de basisvoorziening, de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de remigrant redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
2. Op verzoek van de Bank legt de gewezen partner van de remigrant binnen de door de Bank gestelde termijn over: a. een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte verklaring inzake het in leven zijn;
b. bewijsstukken met betrekking tot door de gewezen partner ontvangen uitkeringen welke op de remigratie-uitkering in mindering worden gebracht;
c. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de gewezen partner redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
a. een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte verklaring inzake het in leven zijn;
b. bewijsstukken met betrekking tot door de gewezen partner ontvangen uitkeringen welke op de remigratie-uitkering in mindering worden gebracht;
c. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de gewezen partner redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
3. Op verzoek van de Bank legt de wees, dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger, binnen de door de Bank gestelde termijn over: a. een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte verklaring inzake het in leven zijn;
b. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de wees, dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger, redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
a. een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte verklaring inzake het in leven zijn;
b. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de wees, dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger, redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
4. Indien de Bank verzoekt om overlegging van een origineel document, stelt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon dit tevens voor het maken van een kopie ter beschikking.
b. bewijsstukken met betrekking tot het al dan niet voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner;
c. bewijsstukken met betrekking tot door de remigrant of zijn partner ontvangen uitkeringen welke op de remigratie-uitkering in mindering worden gebracht;
d. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de basisvoorziening, de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de remigrant redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
a. een door een bevoegde autoriteit gewaarmerkte verklaring inzake het in leven zijn, de burgerlijke staat en de feitelijke gezinssituatie van de remigrant en zijn eventuele partner of kinderen;
b. bewijsstukken met betrekking tot het al dan niet voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner;
c. bewijsstukken met betrekking tot door de remigrant of zijn partner ontvangen uitkeringen welke op de remigratie-uitkering in mindering worden gebracht;
d. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de basisvoorziening, de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de remigrant redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
2. Op verzoek van de Bank legt de gewezen partner van de remigrant binnen de door de Bank gestelde termijn over: a. een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte verklaring inzake het in leven zijn;
b. bewijsstukken met betrekking tot door de gewezen partner ontvangen uitkeringen welke op de remigratie-uitkering in mindering worden gebracht;
c. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de gewezen partner redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
a. een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte verklaring inzake het in leven zijn;
b. bewijsstukken met betrekking tot door de gewezen partner ontvangen uitkeringen welke op de remigratie-uitkering in mindering worden gebracht;
c. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de gewezen partner redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
3. Op verzoek van de Bank legt de wees, dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger, binnen de door de Bank gestelde termijn over: a. een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte verklaring inzake het in leven zijn;
b. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de wees, dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger, redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
a. een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte verklaring inzake het in leven zijn;
b. andere door de Bank gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, dan wel de hoogte of de uitbetaling van de remigratie-uitkering dan wel de tegemoetkoming, en waarover de wees, dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger, redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
4. Indien de Bank verzoekt om overlegging van een origineel document, stelt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon dit tevens voor het maken van een kopie ter beschikking.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012125
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl