BWBR0012169
Geldig vanaf 2014-01-31
Artikel 5
Besluit typekeuring luchtverontreiniging motoren voor mobiele machines
1. Typegoedkeuring wordt slechts geweigerd indien:
a. het motortype of de motorfamilie niet voldoet aan de voorschriften in dit besluit of de voorschriften, bedoeld in het derde lid, en
b. het motortype of de motorfamilie niet in overeenstemming is met de gegevens van het informatiedossier.
2. Indien het motortype of de motorfamilie waarvoor goedkeuring is aangevraagd slechts functioneert dan wel een kenmerk slechts vertoont in combinatie met andere onderdelen van de mobiele machine waarin deze is gemonteerd, wordt de typegoedkeuring dienovereenkomstig beperkt.
3. Onze Minister stelt de voorschriften vast aan de hand waarvan de in artikel 3, aanhef en tweede lid, onder a, bedoelde typegoedkeuringen worden verricht. De voorschriften hebben betrekking op eigenschappen en onderdelen van motoren, die bepalend zijn voor de door deze veroorzaakte luchtverontreiniging en bevatten mede een omschrijving van het keuringsproces.
4. In geval van wijziging van de keuringsvoorschriften die ten grondslag hebben gelegen aan de typegoedkeuringen, bedoeld in het eerste lid of aan een goedkeuringscertificaat als bedoeld in artikel 3, aanhef en tweede lid, onder b, kan Onze Minister een termijn stellen bij het verstrijken waarvan die typegoedkeuring zijn geldigheid verliest.
5. Een typegoedkeuring wordt geacht niet verleend te zijn, zo lang aan de bediener, bestuurder of fabrikant in voorkomend geval de informatie, bedoeld in bijlage I, voorschrift 8.4.6.1, 8.4.7.1 of 8.5.5, van richtlijn 97/68, niet is verstrekt.
a. het motortype of de motorfamilie niet voldoet aan de voorschriften in dit besluit of de voorschriften, bedoeld in het derde lid, en
b. het motortype of de motorfamilie niet in overeenstemming is met de gegevens van het informatiedossier.
2. Indien het motortype of de motorfamilie waarvoor goedkeuring is aangevraagd slechts functioneert dan wel een kenmerk slechts vertoont in combinatie met andere onderdelen van de mobiele machine waarin deze is gemonteerd, wordt de typegoedkeuring dienovereenkomstig beperkt.
3. Onze Minister stelt de voorschriften vast aan de hand waarvan de in artikel 3, aanhef en tweede lid, onder a, bedoelde typegoedkeuringen worden verricht. De voorschriften hebben betrekking op eigenschappen en onderdelen van motoren, die bepalend zijn voor de door deze veroorzaakte luchtverontreiniging en bevatten mede een omschrijving van het keuringsproces.
4. In geval van wijziging van de keuringsvoorschriften die ten grondslag hebben gelegen aan de typegoedkeuringen, bedoeld in het eerste lid of aan een goedkeuringscertificaat als bedoeld in artikel 3, aanhef en tweede lid, onder b, kan Onze Minister een termijn stellen bij het verstrijken waarvan die typegoedkeuring zijn geldigheid verliest.
5. Een typegoedkeuring wordt geacht niet verleend te zijn, zo lang aan de bediener, bestuurder of fabrikant in voorkomend geval de informatie, bedoeld in bijlage I, voorschrift 8.4.6.1, 8.4.7.1 of 8.5.5, van richtlijn 97/68, niet is verstrekt.