BWBR0012172
Geldig vanaf 2015-11-27
Artikel 7
Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000
1. Het kenteken dient:
a. door persing in de plaat te zijn aangebracht, of
b. door middel van losse tekens op de plaat te zijn aangebracht; deze tekens dienen deugdelijk aan de plaat te zijn bevestigd, een en ander overeenkomstig bijlage 4.
2. De tekens van het kenteken dienen zodanig in de plaat te zijn aangebracht dat deze tekens zich aan de voorzijde van de kentekenplaat bevinden.
3. Het kenteken dient symmetrisch ten opzichte van het midden van de kentekenplaat te zijn aangebracht.
a. door persing in de plaat te zijn aangebracht, of
b. door middel van losse tekens op de plaat te zijn aangebracht; deze tekens dienen deugdelijk aan de plaat te zijn bevestigd, een en ander overeenkomstig bijlage 4.
2. De tekens van het kenteken dienen zodanig in de plaat te zijn aangebracht dat deze tekens zich aan de voorzijde van de kentekenplaat bevinden.
3. Het kenteken dient symmetrisch ten opzichte van het midden van de kentekenplaat te zijn aangebracht.