BWBR0012197
Geldig vanaf 2001-07-15
Artikel 54
Gerechtsdeurwaarderswet
1. Binnen een maand na dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in artikel 53, vijfde lid, kunnen de betrokken gerechtsdeurwaarder en Onze Minister bij met redenen omkleed geschrift, in te dienen bij de griffier, tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
2. Op de behandeling van het hoger beroep zijn de artikelen 40, tweede en derde lid, 41, 42, 45, tweede tot en met vierde lid, en 46van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 6 van de Algemene wet bestuursrechtvindt geen toepassing.
3. Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet met gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing, hetgeen de kamer voor gerechtsdeurwaarders had behoren te doen. Artikel 48is van overeenkomstige toepassing.
2. Op de behandeling van het hoger beroep zijn de artikelen 40, tweede en derde lid, 41, 42, 45, tweede tot en met vierde lid, en 46van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 6 van de Algemene wet bestuursrechtvindt geen toepassing.
3. Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet met gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing, hetgeen de kamer voor gerechtsdeurwaarders had behoren te doen. Artikel 48is van overeenkomstige toepassing.