BWBR0012249
Geldig vanaf 30-01-2008
Artikel 2
Vaststelling voorwaarden deelname examen LPG-technicus
1. De in artikel 1, eerste lid, onder c genoemde verklaring wordt slechts afgegeven indien de aanvrager blijk heeft gegeven van voldoende theoretische en praktische kennis.
2. Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van de in het eerste lid bedoelde kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma's:
a. een geldig diploma of bevoegdheidspas keurmeester zware (bedrijfs) voertuigen, of
b. een geldig diploma of bevoegdheidspas keurmeester lichte voertuigen, of
c. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleidingen VAM, of
d. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
e. diploma HTS Autotechniek, of
f. diploma HTS werktuigbouwkunde, of
g. diploma HTS elektrotechniek, of
h. diploma MTS autotechniek, of
i. diploma MTS werktuigbouwkunde, of
j. diploma MTS elektrotechniek, of
k. een door de Stichting VAM (het IBKI) afgegeven certificaat waaruit blijkt dat met goed gevolg de intredetoets keurmeester zware (bedrijfs) voertuigen of lichte voertuigen is afgelegd, of
l. een diploma LPG-technicus dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of
m. een buitenlands diploma dat tenminste gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met j genoemde diploma's.
3. Indien een diploma of certificaat wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder a tot en met l, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 2 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 1 jaar ervaring is opgedaan in het inbouwen en controleren van LPG-installaties in voertuigen.
4. Onder de in artikel 2, derde lid, genoemde praktijkervaring wordt niet verstaan de tijd die de aanvrager werkt tijdens:
a. de avonduren, of
b. vakantieperiodes, of
c. een dagopleiding, of
d. stageperiodes.
2. Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van de in het eerste lid bedoelde kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma's:
a. een geldig diploma of bevoegdheidspas keurmeester zware (bedrijfs) voertuigen, of
b. een geldig diploma of bevoegdheidspas keurmeester lichte voertuigen, of
c. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleidingen VAM, of
d. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
e. diploma HTS Autotechniek, of
f. diploma HTS werktuigbouwkunde, of
g. diploma HTS elektrotechniek, of
h. diploma MTS autotechniek, of
i. diploma MTS werktuigbouwkunde, of
j. diploma MTS elektrotechniek, of
k. een door de Stichting VAM (het IBKI) afgegeven certificaat waaruit blijkt dat met goed gevolg de intredetoets keurmeester zware (bedrijfs) voertuigen of lichte voertuigen is afgelegd, of
l. een diploma LPG-technicus dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of
m. een buitenlands diploma dat tenminste gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met j genoemde diploma's.
3. Indien een diploma of certificaat wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder a tot en met l, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 2 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 1 jaar ervaring is opgedaan in het inbouwen en controleren van LPG-installaties in voertuigen.
4. Onder de in artikel 2, derde lid, genoemde praktijkervaring wordt niet verstaan de tijd die de aanvrager werkt tijdens:
a. de avonduren, of
b. vakantieperiodes, of
c. een dagopleiding, of
d. stageperiodes.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012249
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl