BWBR0012474
Geldig vanaf 26-10-2002
Artikel 9
Subsidieverordening aanhouden zeugen buiten de beschermings- en toezichtsgebieden 2001
1. Voor de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, wordt gebruik gemaakt van het hiertoe door de voorzitter vastgestelde formulier, dat volledig en naar waarheid wordt ingevuld, ondertekend en gedagtekend, en vergezeld gaat van alle gevraagde bewijsstukken. Indien de aanvrager voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, niet de eigenaar is van de zeugen, gaat de aanvraag vergezeld van een verklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat deze instemt met de aanvraag.
2. De gegevens welke voor de beoordeling van de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, nodig zijn, worden onder andere of mede opgevraagd bij de instanties welke met de uitvoering en/of het toezicht op de naleving van de 'Regeling MKZ- welzijnsmaatregelen in annex I en II’ zijn belast.
3. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze Verordening, worden belast:
a. het Controle Bureau Dierlijke Sector;
b. medewerkers van het Productschap, die zijn voorzien van een machtiging van de en voorzitter
c. door het bestuur van het Productschap aan te wijzen instanties.
4. De voorzitter is belast met de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze Verordening.
5. De aanvrager van de subsidie, bedoeld in artikel 2, is verplicht de met de uitvoering van en/of het toezicht op de naleving van deze regeling belaste personen desgevraagd alle inlichtingen terstond en naar waarheid te verstrekken.
6. De aanvrager is verplicht de met de uitvoering van en/of het toezicht op de naleving van deze regeling belaste personen alle medewerking te verlenen, die zij nodig achten voor de vervulling van hun taken.
2. De gegevens welke voor de beoordeling van de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, nodig zijn, worden onder andere of mede opgevraagd bij de instanties welke met de uitvoering en/of het toezicht op de naleving van de 'Regeling MKZ- welzijnsmaatregelen in annex I en II’ zijn belast.
3. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze Verordening, worden belast:
a. het Controle Bureau Dierlijke Sector;
b. medewerkers van het Productschap, die zijn voorzien van een machtiging van de en voorzitter
c. door het bestuur van het Productschap aan te wijzen instanties.
4. De voorzitter is belast met de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze Verordening.
5. De aanvrager van de subsidie, bedoeld in artikel 2, is verplicht de met de uitvoering van en/of het toezicht op de naleving van deze regeling belaste personen desgevraagd alle inlichtingen terstond en naar waarheid te verstrekken.
6. De aanvrager is verplicht de met de uitvoering van en/of het toezicht op de naleving van deze regeling belaste personen alle medewerking te verlenen, die zij nodig achten voor de vervulling van hun taken.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012474
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl