BWBR0012537
Geldig vanaf 2004-12-01
Artikel 10
Regeling aanvullende voorschriften besmettelijke dierziekten en zoönosen
1. Onverminderd het bepaalde in de Regeling handel levende dieren en levende producten is het verboden evenhoevigen, niet zijnde varkens en ingeschaarde schapen, van een bedrijf of andere plaats, niet zijnde een erkend verzamelcentrum, af te voeren indien in de periode van 21 dagen voorafgaand aan het voorgenomen vervoer op dat bedrijf of die plaats evenhoevigen zijn aangevoerd.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor de afvoer van:
evenhoevigen rechtstreeks naar een slachthuis, of
evenhoevigen, niet zijnde weiderunderen, als bedoeld in de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000, via een erkend verzamelcentrum naar een slachthuis, indien de af te voeren evenhoevigen direct voorafgaand aan de afvoer tenminste 21 aaneengesloten dagen op de plaats van afvoer hebben verbleven.
3. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor de afvoer van runderen van een opfokbedrijf naar een melkveehouderijbedrijf, mits het opfokbedrijf:
a. is geregistreerd door de Minister;
b. uitsluitend runderen, jonger dan 26 maanden, die op ten hoogste drie verschillende bedrijven zijn geboren, en droogstaande koeien houdt.
c. uitsluitend runderen afvoert naar het melkveehouderijbedrijf van herkomst of een slachthuis;
d. geen andere evenhoevigen houdt dan de onder b bedoelde runderen, en
e. documenten aanwezig heeft waaruit blijkt op welk bedrijf de gehouden runderen zijn geboren.
4. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor de afvoer van runderen, jonger dan 12 maanden, en droogstaande koeien van een melkveehouderijbedrijf, naar:
a. een op grond van het derde lid, onderdeel a, geregistreerd opfokbedrijf, indien deze runderen van het opfokbedrijf worden afgevoerd naar het melkveehouderijbedrijf van herkomst of een slachthuis, of
b. een erkend runderverzamelcentrum.
5. Het melkveehouderijbedrijf, bedoeld in het vierde lid, is geregistreerd door de Minister.
6. Het is een bedrijf, niet zijnde een erkend varkens- of runderverzamelcentrum, waarop evenhoevigen worden gehouden verboden om op dezelfde dag evenhoevigen aan te voeren en af te voeren.
7. Het in het eerste en zesde lid bedoelde verbod alsmede de verplichting, bedoeld in het tweede lid, gelden niet voor het vervoer van meer dan licht zieke of licht gewonde evenhoevigen ter noodslachting, bedoeld in artikel 10 van het Besluit dierenvervoer 1994, en voor het vervoer van runderen, jonger dan zes maanden, van een op grond van artikel 9 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra erkend runderspermawincentrum naar een slachthuis.
8. Indien voor het vervoer van varkens naar een lidstaat of een derde land, nadat deze reeds van een bedrijf zijn afgevoerd, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e, van de wet in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 geen certificaat wordt afgegeven, is het in zoverre in afwijking van het zesde lid toegestaan, deze varkens op de dag dat dit certificaat geweigerd wordt weer op het bedrijf van herkomst aan te voeren en, na gedeeltelijke lossing, de niet geloste varkens direct weer af te voeren.
9. De aanvraag voor de registratie, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onderscheidenlijk het vijfde lid, wordt bij de Voedsel en Waren Autoriteit ingediend op een daartoe ter beschikking gesteld formulier.
10. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor
a. de afvoer van runderen, schapen of geiten van een plaats waar een tentoonstelling of keuring heeft plaatsgevonden, mits voldaan is aan paragraaf 5 van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000, en
b. de afvoer van evenhoevigen van een plaats, voorzover daar geen evenhoevigen bijeen zijn gebracht afkomstig van verschillende plaatsen.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor de afvoer van:
evenhoevigen rechtstreeks naar een slachthuis, of
evenhoevigen, niet zijnde weiderunderen, als bedoeld in de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000, via een erkend verzamelcentrum naar een slachthuis, indien de af te voeren evenhoevigen direct voorafgaand aan de afvoer tenminste 21 aaneengesloten dagen op de plaats van afvoer hebben verbleven.
3. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor de afvoer van runderen van een opfokbedrijf naar een melkveehouderijbedrijf, mits het opfokbedrijf:
a. is geregistreerd door de Minister;
b. uitsluitend runderen, jonger dan 26 maanden, die op ten hoogste drie verschillende bedrijven zijn geboren, en droogstaande koeien houdt.
c. uitsluitend runderen afvoert naar het melkveehouderijbedrijf van herkomst of een slachthuis;
d. geen andere evenhoevigen houdt dan de onder b bedoelde runderen, en
e. documenten aanwezig heeft waaruit blijkt op welk bedrijf de gehouden runderen zijn geboren.
4. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor de afvoer van runderen, jonger dan 12 maanden, en droogstaande koeien van een melkveehouderijbedrijf, naar:
a. een op grond van het derde lid, onderdeel a, geregistreerd opfokbedrijf, indien deze runderen van het opfokbedrijf worden afgevoerd naar het melkveehouderijbedrijf van herkomst of een slachthuis, of
b. een erkend runderverzamelcentrum.
5. Het melkveehouderijbedrijf, bedoeld in het vierde lid, is geregistreerd door de Minister.
6. Het is een bedrijf, niet zijnde een erkend varkens- of runderverzamelcentrum, waarop evenhoevigen worden gehouden verboden om op dezelfde dag evenhoevigen aan te voeren en af te voeren.
7. Het in het eerste en zesde lid bedoelde verbod alsmede de verplichting, bedoeld in het tweede lid, gelden niet voor het vervoer van meer dan licht zieke of licht gewonde evenhoevigen ter noodslachting, bedoeld in artikel 10 van het Besluit dierenvervoer 1994, en voor het vervoer van runderen, jonger dan zes maanden, van een op grond van artikel 9 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra erkend runderspermawincentrum naar een slachthuis.
8. Indien voor het vervoer van varkens naar een lidstaat of een derde land, nadat deze reeds van een bedrijf zijn afgevoerd, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e, van de wet in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 geen certificaat wordt afgegeven, is het in zoverre in afwijking van het zesde lid toegestaan, deze varkens op de dag dat dit certificaat geweigerd wordt weer op het bedrijf van herkomst aan te voeren en, na gedeeltelijke lossing, de niet geloste varkens direct weer af te voeren.
9. De aanvraag voor de registratie, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onderscheidenlijk het vijfde lid, wordt bij de Voedsel en Waren Autoriteit ingediend op een daartoe ter beschikking gesteld formulier.
10. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor
a. de afvoer van runderen, schapen of geiten van een plaats waar een tentoonstelling of keuring heeft plaatsgevonden, mits voldaan is aan paragraaf 5 van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000, en
b. de afvoer van evenhoevigen van een plaats, voorzover daar geen evenhoevigen bijeen zijn gebracht afkomstig van verschillende plaatsen.