1. Aan ondernemers als bedoeld in de
Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie 1999 wordt vrijstelling verleend van het bepaalde in
artikel 3, eerste lid van genoemde verordening voor wat betreft Campylobacter, indien en voor zover het onderzoek als bedoeld in
artikel 4, eerste lid van genoemde verordening uitwijst, dat schadelijke micro-organismen als genoemd in de
Bijlage bij de Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie 1999 aanwezig zijn of indien de uitslag van het onderzoek, bedoeld in
artikel 4, eerste lid van de Verordening, niet op het bedrijf ontvangen is.
2. Aan ondernemers als bedoeld in de
Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie 1999 wordt vrijstelling verleend van het bepaalde in
artikel 3, eerste lid van genoemde verordening voor wat betreft Salmonella, indien en voor zover het onderzoek als bedoeld in
artikel 4, eerste lid van genoemde verordening uitwijst, dat schadelijke micro-organismen als genoemd in de
Bijlage bij de Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie 1999 aanwezig zijn.
3. Onverlet het gestelde in het eerste, tweede en derde lid wordt aan ondernemers als bedoeld in de
Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie 1999 vrijstelling verleend van het bepaalde in
artikel 3, eerste lid van genoemde verordening voor wat betreft het onderzoek op de aanwezigheid van Salmonella en Campylobacter indien het op zijn bedrijf geslachte pluimvee onderdeel uitmaakt van een koppel dat op een ander bedrijf is geslacht en is onderzocht overeenkomstig
artikel 3, eerste lid en een kopie van de uitslag van het betreffende onderzoek aanwezig is op zijn bedrijf.