BWBR0012606
Geldig vanaf 2002-05-08
Artikel XIV
Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (structuur beheer afvalstoffen)
1. Na de inwerkingtreding van deze wet berusten algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen, vastgesteld krachtens de artikelen 1.1, vijfde, tiende, elfde, twaalfde en dertiende lid, 8.35, eerste en tweede lid, 10.4, eerste, derde en zevende lid, 10.5, 10.6, eerste en derde lid, 10.8, 10.9, 10.11, derde lid, 10.15, derde lid, 10.16, 10.16b, 10.16c, derde lid, 10.37, 10.44a, eerste en tweede lid, 10.44b, 10.45, eerste en tweede lid, en 15.32, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer, zoals deze artikelen luidden onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, op de artikelen 1.1, zesde, zevende, negende en tiende lid, 8.35, eerste lid, 8.36, 10.15, eerste en vijfde lid, 10.16, eerste en derde lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.20, eerste lid, 10.26, vierde lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.34, 10.35, derde lid, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.56, tweede lid, 10.57, 10.61, eerste lid, van deze wet.
2. Een vergunning of ontheffing, voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet verleend krachtens hoofdstuk 8of 10 van de Wet milieubeheer, wordt, voor zover zij betrekking heeft op gedragingen waarvoor na het in werking treden daarvan een vergunning of ontheffing krachtens die hoofdstukken vereist is, gelijk gesteld met een vergunning, onderscheidenlijk ontheffing, verleend krachtens de betrokken bepaling van dat hoofdstuk.
3. Indien de aanvraag tot het geven van een beschikking is ingediend of het voornemen tot het geven van een beschikking krachtens wettelijk voorschrift aan degene tot wie de beschikking zal zijn gericht, is bekendgemaakt voor het tijdstip waarop deze wet met betrekking tot een zodanige beschikking in werking treedt, blijft het voor dat tijdstip ten aanzien van zodanige beschikkingen geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beschikking onherroepelijk is geworden.
2. Een vergunning of ontheffing, voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet verleend krachtens hoofdstuk 8of 10 van de Wet milieubeheer, wordt, voor zover zij betrekking heeft op gedragingen waarvoor na het in werking treden daarvan een vergunning of ontheffing krachtens die hoofdstukken vereist is, gelijk gesteld met een vergunning, onderscheidenlijk ontheffing, verleend krachtens de betrokken bepaling van dat hoofdstuk.
3. Indien de aanvraag tot het geven van een beschikking is ingediend of het voornemen tot het geven van een beschikking krachtens wettelijk voorschrift aan degene tot wie de beschikking zal zijn gericht, is bekendgemaakt voor het tijdstip waarop deze wet met betrekking tot een zodanige beschikking in werking treedt, blijft het voor dat tijdstip ten aanzien van zodanige beschikkingen geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beschikking onherroepelijk is geworden.