BWBR0012632
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 3
Verordening PT algemene heffing handel groenten en fruit 2002
1. De heffing die de ondernemer is verschuldigd, wordt opgelegd naar de grondslag aankoopwaarde handel van het jaar waarover de heffing verschuldigd is.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de heffing voor de handel in uien opgelegd over het aantal aangekochte netto kilogrammen.
3. De heffing, bedoeld in het eerste lid wordt uitgedrukt in een percentage van de aankoopwaarde en bedraagt ten hoogste 0,06%.
4. De heffing, bedoeld in het tweede lid wordt uitgedrukt in centen per aantal gekochte kilogrammen en bedraagt ten hoogste € 4,53 per 100 ton.
5. De hoogte van de heffing, bedoeld in het derde en vierde lid wordt jaarlijks door het bestuur vastgesteld, waarbij voor verschillende hoogten van de aankoopwaarde, onderscheidenlijk aantal aangekochte kilogrammen, verschillende percentages, respectievelijk bedragen, kunnen worden vastgesteld.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de heffing voor de handel in uien opgelegd over het aantal aangekochte netto kilogrammen.
3. De heffing, bedoeld in het eerste lid wordt uitgedrukt in een percentage van de aankoopwaarde en bedraagt ten hoogste 0,06%.
4. De heffing, bedoeld in het tweede lid wordt uitgedrukt in centen per aantal gekochte kilogrammen en bedraagt ten hoogste € 4,53 per 100 ton.
5. De hoogte van de heffing, bedoeld in het derde en vierde lid wordt jaarlijks door het bestuur vastgesteld, waarbij voor verschillende hoogten van de aankoopwaarde, onderscheidenlijk aantal aangekochte kilogrammen, verschillende percentages, respectievelijk bedragen, kunnen worden vastgesteld.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012632
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl