BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 105
Tijdelijke referendumwet
1. Vervolgens besluit het centraal stembureau of het definitieve verzoek tot het houden van een referendum wordt toegelaten.
2. Het centraal stembureau besluit slechts dat het definitieve verzoek niet wordt toegelaten, indien het aantal geldige ondersteuningsverklaringen minder bedraagt dan het vereiste aantal, bedoeld in de artikelen 2, 3, onderscheidenlijk 4, derde lid.
3. Voor de berekening van het vereiste aantal, bedoeld in de artikelen 3en 4, derde lid, wordt uitgegaan van het volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels vastgestelde aantal kiesgerechtigden voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad.
2. Het centraal stembureau besluit slechts dat het definitieve verzoek niet wordt toegelaten, indien het aantal geldige ondersteuningsverklaringen minder bedraagt dan het vereiste aantal, bedoeld in de artikelen 2, 3, onderscheidenlijk 4, derde lid.
3. Voor de berekening van het vereiste aantal, bedoeld in de artikelen 3en 4, derde lid, wordt uitgegaan van het volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels vastgestelde aantal kiesgerechtigden voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad.