BWBR0012897
Geldig vanaf 2001-12-01
Artikel 5
Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer
1. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen met betrekking tot:
a. de in bijlage 1 opgenomen voorschriften ten aanzien van de veiligheid van toestellen en installaties voor warmtekracht, waterwinning, waterbeheer en watertransport, onderzoek naar hinder door slagschaduw of lichtschittering, metingen van emissies naar de lucht of riolering, voorzover dat in bijlage 1 is aangegeven,
b. de in bijlage 2 opgenomen voorschriften ten aanzien van geluid, trilling, energie, afvalstoffen, afvalwater, lucht, verlichting en opslag, voorzover dat in hoofdstuk 4 van bijlage 2 is aangegeven, of
c. de aanwezigheid van brandbestrijdingsmiddelen, de veiligheid van toestellen en installaties voor gas of elektriciteit, de veiligheid van de opslag van stoffen, het verbruik van grondstoffen, onderzoek naar bodemverontreiniging, voorzover dat in hoofdstuk 4 van bijlage 2 is aangegeven, de gevolgen van het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting en de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting kan veroorzaken waarop voorschrift 1.7.1 van bijlage 2 betrekking heeft, indien dat bijzonder is aangewezen in het belang van de bescherming van het milieu.
2. De nadere eisen gelden voor een ieder die de inrichting drijft. Deze draagt er zorg voor dat de nadere eisen worden nageleefd.
3. Het bevoegd gezag kan nadere eisen wijzigen of aanvullen in het belang van de bescherming van het milieu, of wijzigen of intrekken indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
a. de in bijlage 1 opgenomen voorschriften ten aanzien van de veiligheid van toestellen en installaties voor warmtekracht, waterwinning, waterbeheer en watertransport, onderzoek naar hinder door slagschaduw of lichtschittering, metingen van emissies naar de lucht of riolering, voorzover dat in bijlage 1 is aangegeven,
b. de in bijlage 2 opgenomen voorschriften ten aanzien van geluid, trilling, energie, afvalstoffen, afvalwater, lucht, verlichting en opslag, voorzover dat in hoofdstuk 4 van bijlage 2 is aangegeven, of
c. de aanwezigheid van brandbestrijdingsmiddelen, de veiligheid van toestellen en installaties voor gas of elektriciteit, de veiligheid van de opslag van stoffen, het verbruik van grondstoffen, onderzoek naar bodemverontreiniging, voorzover dat in hoofdstuk 4 van bijlage 2 is aangegeven, de gevolgen van het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting en de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting kan veroorzaken waarop voorschrift 1.7.1 van bijlage 2 betrekking heeft, indien dat bijzonder is aangewezen in het belang van de bescherming van het milieu.
2. De nadere eisen gelden voor een ieder die de inrichting drijft. Deze draagt er zorg voor dat de nadere eisen worden nageleefd.
3. Het bevoegd gezag kan nadere eisen wijzigen of aanvullen in het belang van de bescherming van het milieu, of wijzigen of intrekken indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.