BWBR0013132
Geldig vanaf 01-12-2016
Artikel 20
Besluit orde van dienst gerechten
1. Indien dat noodzakelijk geacht wordt door:
a. de voorzitter van de kamer door wie de zaak wordt behandeld, of
b. degene die zitting heeft in een enkelvoudige kamer door wie de zaak wordt behandeld,
wordt vanaf het tijdstip, bedoeld in artikel 33 van het Wetboek van Strafvordering, de kennisneming onder toezicht gehouden, tenzij uitsluitend de raadsman kennis neemt van de stukken.
2. De mogelijkheid tot kennisneming wordt aldus geboden:
a. van de stukken wordt het origineel dan wel een afschrift voorgelegd;
b. de betrokkene kan uit de stukken aantekeningen maken;
c. aan de verdachte die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, worden desgewenst de voor het maken van de aantekeningen vereiste middelen ter beschikking gesteld.
a. de voorzitter van de kamer door wie de zaak wordt behandeld, of
b. degene die zitting heeft in een enkelvoudige kamer door wie de zaak wordt behandeld,
wordt vanaf het tijdstip, bedoeld in artikel 33 van het Wetboek van Strafvordering, de kennisneming onder toezicht gehouden, tenzij uitsluitend de raadsman kennis neemt van de stukken.
2. De mogelijkheid tot kennisneming wordt aldus geboden:
a. van de stukken wordt het origineel dan wel een afschrift voorgelegd;
b. de betrokkene kan uit de stukken aantekeningen maken;
c. aan de verdachte die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, worden desgewenst de voor het maken van de aantekeningen vereiste middelen ter beschikking gesteld.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013132
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl