BWBR0013693
Geldig vanaf 2003-05-01
Artikel 3
Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden
1. Een vergunning voor een veehouderij wordt geweigerd, indien de afstand van de veehouderij tot een voor stank gevoelig object, behorend tot een van de categorieën I tot en met IV, dat niet tot de veehouderij behoort, minder bedraagt dan het aantal meters dat volgt uit de in de bijlageopgenomen berekeningsmethode.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een vergunning niet geweigerd, indien:
a. het aantal dieren, dat overeenkomstig de voor de veehouderij geldende vergunning aanwezig mag zijn, van geen enkele van de diercategorieën toeneemt,
b. het aantal in de veehouderij overeenkomstig de voor de veehouderij geldende vergunning toegestane mestvarkeneenheden niet toeneemt en
c. de afstand tot een voor stank gevoelig object als bedoeld in het eerste lid niet afneemt.
3. Indien:
a. voor een veehouderij een vergunning wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer met het oog op uitbreiding van het aantal in de veehouderij te houden dieren van één of meer diercategorieën,
b. de afstand tussen de veehouderij en een voor stank gevoelig object, voorafgaand aan de uitbreiding, kleiner is dan overeenkomstig artikel 3, eerste lid, zou zijn toegestaan en
c. het aantal in de veehouderij overeenkomstig de voor de veehouderij geldende vergunningen toegestane mestvarkeneenheden zal afnemen door toepassing van bij de aanvraag aangegeven maatregelen die stankemissie reduceren en de afstand tussen de veehouderij en een voor stank gevoelig object na de uitbreiding niet kleiner wordt, wordt de vergunning slechts verleend indien de uitbreiding van het aantal dieren als gevolg van de verandering van de inrichting niet meer bedraagt dan de helft van het aantal dieren dat overeenkomt met de reductie van de stankemissie, uitgedrukt in mestvarkeneenheden, die door het toepassen van de bij de aanvraag aangegeven maatregelen bereikt wordt.
4. In afwijking van het derde lid wordt de vergunning geweigerd, indien in een geval als bedoeld in dat lid, de afstand tussen de veehouderij en een voor stank gevoelig object kleiner is dan 50 meter, dan wel, indien deze meer bedraagt dan 50 meter, kleiner is dan de helft van de overeenkomstig het eerste lid toegestane afstand.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een vergunning niet geweigerd, indien:
a. het aantal dieren, dat overeenkomstig de voor de veehouderij geldende vergunning aanwezig mag zijn, van geen enkele van de diercategorieën toeneemt,
b. het aantal in de veehouderij overeenkomstig de voor de veehouderij geldende vergunning toegestane mestvarkeneenheden niet toeneemt en
c. de afstand tot een voor stank gevoelig object als bedoeld in het eerste lid niet afneemt.
3. Indien:
a. voor een veehouderij een vergunning wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer met het oog op uitbreiding van het aantal in de veehouderij te houden dieren van één of meer diercategorieën,
b. de afstand tussen de veehouderij en een voor stank gevoelig object, voorafgaand aan de uitbreiding, kleiner is dan overeenkomstig artikel 3, eerste lid, zou zijn toegestaan en
c. het aantal in de veehouderij overeenkomstig de voor de veehouderij geldende vergunningen toegestane mestvarkeneenheden zal afnemen door toepassing van bij de aanvraag aangegeven maatregelen die stankemissie reduceren en de afstand tussen de veehouderij en een voor stank gevoelig object na de uitbreiding niet kleiner wordt, wordt de vergunning slechts verleend indien de uitbreiding van het aantal dieren als gevolg van de verandering van de inrichting niet meer bedraagt dan de helft van het aantal dieren dat overeenkomt met de reductie van de stankemissie, uitgedrukt in mestvarkeneenheden, die door het toepassen van de bij de aanvraag aangegeven maatregelen bereikt wordt.
4. In afwijking van het derde lid wordt de vergunning geweigerd, indien in een geval als bedoeld in dat lid, de afstand tussen de veehouderij en een voor stank gevoelig object kleiner is dan 50 meter, dan wel, indien deze meer bedraagt dan 50 meter, kleiner is dan de helft van de overeenkomstig het eerste lid toegestane afstand.