BWBR0013800
Geldig vanaf 2021-04-07
Artikel 14
Wet op het onderwijstoezicht
1. Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 19a van de Wet op de expertisecentra, artikel 2.94, eerste of derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020of artikel 6.1.4b van de Wet educatie en beroepsonderwijsdan wel de instelling tekortschiet in de naleving van andere wettelijke voorschriften, informeert zij Onze Minister en kan zij voorstellen doen over te treffen maatregelen.
2. De inspectie informeert Onze Minister indien de leerresultaten ernstig en langdurig tekortschieten als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijsof artikel 2.94, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, en uit het onderzoek naar de kwaliteitsverbeteringen, bedoeld in artikel 11, vierde lid, blijkt dat na één jaar sprake is van onvoldoende verbeteringen.
3. De inspectie stelt het bestuur van de betreffende instelling in kennis van haar voorstellen aan Onze Minister.
2. De inspectie informeert Onze Minister indien de leerresultaten ernstig en langdurig tekortschieten als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijsof artikel 2.94, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, en uit het onderzoek naar de kwaliteitsverbeteringen, bedoeld in artikel 11, vierde lid, blijkt dat na één jaar sprake is van onvoldoende verbeteringen.
3. De inspectie stelt het bestuur van de betreffende instelling in kennis van haar voorstellen aan Onze Minister.