BWBR0013816 Geldig vanaf 2002-07-19
Artikel 34
Wet inzake de geldtransactiekantoren
1. De bevoegdheid om op grond van artikel 31een feit ter openbare kennis te brengen vervalt indien ter zake van het feit een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
2. Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een feit als bedoeld in artikel 31vervalt, indien Onze Minister het feit reeds ter openbare kennis heeft gebracht.
2. Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een feit als bedoeld in artikel 31vervalt, indien Onze Minister het feit reeds ter openbare kennis heeft gebracht.
- Citeren als
- Art. 34
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013816
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl