BWBR0013841
Geldig vanaf 01-02-2003
Artikel 3
Verordening PT heffing hoveniersbedrijven 2003
1. De heffing die de ondernemer is verschuldigd, wordt opgelegd naar de grondslag van de in het jaar 2002 behaalde omzet.
2. De heffing als bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit een basisheffing van € 150, vermeerderd met de som van het bedrag dat wordt verkregen na toepassing van de hierna genoemde heffingspercentages over de hierna genoemde omzetbedragen:
a. tot en met € 2.268.900,-: 0,035%, met dien verstande, dat bij een omzet van ten hoogste € 45.378,02 uitsluitend de basisheffing is verschuldigd;
b. van € 2.268.900,= tot en met € 4.537.800,=: 0,02%, en
c. meer dan € 4.537.800,=: 0,01%.
2. De heffing als bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit een basisheffing van € 150, vermeerderd met de som van het bedrag dat wordt verkregen na toepassing van de hierna genoemde heffingspercentages over de hierna genoemde omzetbedragen:
a. tot en met € 2.268.900,-: 0,035%, met dien verstande, dat bij een omzet van ten hoogste € 45.378,02 uitsluitend de basisheffing is verschuldigd;
b. van € 2.268.900,= tot en met € 4.537.800,=: 0,02%, en
c. meer dan € 4.537.800,=: 0,01%.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013841
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl