BWBR0013854
Geldig vanaf 2002-11-01
Artikel 32
Wet bereikbaarheid en mobiliteit
1. Een in artikel 3, eerste lid, bedoeld besluit geldt als voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening. Voor zover het in de eerste volzin bedoelde besluit geldt als voorbereidingsbesluit, is artikel 3.7, vijfde en zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening niet van toepassing. Het besluit geldt niet meer als voorbereidingsbesluit indien voor de plaats die is aangewezen in het besluit een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 van die wetin overeenstemming met het besluit in werking is getreden.
2. Artikel 3.3, eerste tot en met derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtis niet van toepassing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van die wetter uitvoering van een besluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
3. Voor zover het in artikel 3, eerste lid, bedoelde besluit en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het besluit voor de uitvoering daarvan als omgevingsvergunning waarbij ten behoeve van een project van nationaal belang, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken. Zolang het bestemmingsplan of de beheersverordening nog niet in overeenstemming is met het besluit, verleent het college van burgemeester en wethouders van de gemeente aan degenen die inzage verlangen in het plan of de verordening, tevens inzage in het besluit. Bij de toepassing van artikel 2.10 van die wetwordt onder bestemmingsplan of beheersverordening mede het besluit begrepen.
4. Voor zover een bestemmingsplan, een beheersverordening of een ander besluit voor de uitvoering van werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtvereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van werken of werkzaamheden ter uitwerking van het in artikel 3, eerste lid, bedoelde besluit.
2. Artikel 3.3, eerste tot en met derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtis niet van toepassing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van die wetter uitvoering van een besluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
3. Voor zover het in artikel 3, eerste lid, bedoelde besluit en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het besluit voor de uitvoering daarvan als omgevingsvergunning waarbij ten behoeve van een project van nationaal belang, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken. Zolang het bestemmingsplan of de beheersverordening nog niet in overeenstemming is met het besluit, verleent het college van burgemeester en wethouders van de gemeente aan degenen die inzage verlangen in het plan of de verordening, tevens inzage in het besluit. Bij de toepassing van artikel 2.10 van die wetwordt onder bestemmingsplan of beheersverordening mede het besluit begrepen.
4. Voor zover een bestemmingsplan, een beheersverordening of een ander besluit voor de uitvoering van werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtvereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van werken of werkzaamheden ter uitwerking van het in artikel 3, eerste lid, bedoelde besluit.