BWBR0013880
Geldig vanaf 30-11-2002
Artikel 3
Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky 2002
1. Iedere ondernemer is verplicht om terstond nadat de entingen verricht zijn, ervoor zorg te dragen dat de op deze entingen betrekking hebbende vaccinatiebonnen door de betrokken dierenarts in drievoud volledig en naar waarheid worden ingevuld en ondertekend, ten blijke waarvan de ondernemer de desbetreffende vaccinatiebonnen mede van zijn handtekening dient te voorzien.
2. De ondernemer is verplicht het voor hem bestemde exemplaar van de in het eerste lid bedoelde vaccinatiebon gedurende 12 maanden op zijn vestiging te bewaren.
3. De ondernemer is verplicht, binnen 14 dagen nadat de entingen, bedoeld in artikel 2, verricht zijn, het daartoe bestemde exemplaar van de in het eerste lid bedoelde vaccinatiebon aan de door het Bestuur aangewezen dienst toe te zenden. De ondernemer is gekweten van de in de vorige zin bedoelde verplichting indien de betrokken dierenarts de vaccinatiebon, binnen 14 dagen nadat de entingen, bedoeld in artikel 2, verricht zijn, naar de dienst heeft gezonden.
2. De ondernemer is verplicht het voor hem bestemde exemplaar van de in het eerste lid bedoelde vaccinatiebon gedurende 12 maanden op zijn vestiging te bewaren.
3. De ondernemer is verplicht, binnen 14 dagen nadat de entingen, bedoeld in artikel 2, verricht zijn, het daartoe bestemde exemplaar van de in het eerste lid bedoelde vaccinatiebon aan de door het Bestuur aangewezen dienst toe te zenden. De ondernemer is gekweten van de in de vorige zin bedoelde verplichting indien de betrokken dierenarts de vaccinatiebon, binnen 14 dagen nadat de entingen, bedoeld in artikel 2, verricht zijn, naar de dienst heeft gezonden.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013880
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl