BWBR0014090
Geldig vanaf 01-01-2003
Artikel 3
Heffingsverordening Commissie kappersbedrijf 2003
1. Aan de ondernemers die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening het kappersbedrijf uitoefenen, wordt voor het jaar 2003 een heffing opgelegd ten behoeve van uitvoering arboconvenant, collectieve promotie, arbeidsmarktproblematiek, scholing en professionalisering ondernemerschap.
2. De heffing wordt vastgesteld op grondslag van het aantal vestigingen waarin door de ondernemer het kappersbedrijf wordt uitgeoefend. De heffing bedraagt voor iedere vestiging waarin het kappersbedrijf wordt uitgeoefend:
a. € 225,- voor ondernemingen met 0 of 1 werkzame persoon;
b. € 300,- voor ondernemingen met 2 of meer werkzame persoon.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de heffing, indien de ondernemer het bedrijf uitsluitend anders dan in een vestiging uitoefent, per onderneming:
a. € 225,- voor ondernemingen met 0 of 1 werkzame persoon;
b. € 300,- voor ondernemingen met 2 of meer werkzame persoon.
2. De heffing wordt vastgesteld op grondslag van het aantal vestigingen waarin door de ondernemer het kappersbedrijf wordt uitgeoefend. De heffing bedraagt voor iedere vestiging waarin het kappersbedrijf wordt uitgeoefend:
a. € 225,- voor ondernemingen met 0 of 1 werkzame persoon;
b. € 300,- voor ondernemingen met 2 of meer werkzame persoon.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de heffing, indien de ondernemer het bedrijf uitsluitend anders dan in een vestiging uitoefent, per onderneming:
a. € 225,- voor ondernemingen met 0 of 1 werkzame persoon;
b. € 300,- voor ondernemingen met 2 of meer werkzame persoon.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014090
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl