BWBR0014094
Geldig vanaf 01-01-2003
Artikel 3
Heffingsverordening Commissie voetverzorging 2003
1. Aan de ondernemers die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening het voetverzorgingsbedrijf uitoefenen, wordt voor het jaar 2003 een heffing opgelegd ten behoeve van projecten die versteviging van de branchestructuur ten doel hebben.
2. De heffing wordt vastgesteld op grondslag van het aantal vestigingen waarin door de ondernemer het voetverzorgingsbedrijf wordt uitgeoefend. De heffing bedraagt € 29,- voor iedere vestiging waarin het voetverzorgingsbedrijf wordt uitgeoefend.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de heffing, indien de ondernemer het bedrijf uitsluitend anders dan in een vestiging uitoefent, € 29,- per onderneming.
2. De heffing wordt vastgesteld op grondslag van het aantal vestigingen waarin door de ondernemer het voetverzorgingsbedrijf wordt uitgeoefend. De heffing bedraagt € 29,- voor iedere vestiging waarin het voetverzorgingsbedrijf wordt uitgeoefend.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de heffing, indien de ondernemer het bedrijf uitsluitend anders dan in een vestiging uitoefent, € 29,- per onderneming.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014094
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl