BWBR0014096
Geldig vanaf 01-01-2003
Artikel 3
Heffingsverordening Commissie schoenmakerij 2003
1. Aan de ondernemers die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening het schoenherstellersbedrijf uitoefenen, wordt voor het jaar 2003 een heffing opgelegd ten behoeve van stimulering van de marktontwikkeling, onder andere door middel van projectmatige ondersteuning van de opleiding schoenherstellen en het voeren van een PR-campagne voor de schoenmakerij.
2. De heffing wordt vastgesteld op grondslag van het aantal vestigingen waarin door de ondernemer het schoenherstellersbedrijf wordt uitgeoefend. De heffing bedraagt € 136,- voor iedere vestiging waarin het schoenherstellersbedrijf wordt uitgeoefend.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de heffing, indien de ondernemer het bedrijf uitsluitend anders dan in een vestiging uitoefent € 136,- per onderneming.
2. De heffing wordt vastgesteld op grondslag van het aantal vestigingen waarin door de ondernemer het schoenherstellersbedrijf wordt uitgeoefend. De heffing bedraagt € 136,- voor iedere vestiging waarin het schoenherstellersbedrijf wordt uitgeoefend.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de heffing, indien de ondernemer het bedrijf uitsluitend anders dan in een vestiging uitoefent € 136,- per onderneming.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014096
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl