BWBR0014243
Geldig vanaf 26-04-2003
Artikel 13
Bierverordening Productschap Dranken 2003
1. Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van het bij of krachtens de Verordening bepaalde en is in verband daarmee bevoegd omtrent de in de Verordening geregelde onderwerpen bij uitvoeringsbesluit nadere voorschriften te geven, met inachtneming van het dienaangaande gegeven advies van de Commissie voor Bier.
2. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd, met inachtneming van het dienaangaande gegeven advies van de voorzitter van de Commissie voor Bier, voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen van het bij of krachtens de Verordening bepaalde gehele of gedeeltelijkevrijstelling of ontheffing te verlenen mits deze vrijstelling of ontheffing niet in strijd is met het aan de Beschikking M(92) 10 van 2 december 1992 van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie gehechte reglement betreffende de harmonisatie der wetgeving inzake bier.
3. Het Dagelijks Bestuur kan, met inachtneming van het dienaangaande gegeven advies van de voorzitter van de Commissie voor Bier, aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het tweede lid, een of meer voorwaarde(n) en waarborg(en) verbinden.
4. Het Dagelijks Bestuur kan de in de leden 2 en 3 genoemde bevoegdheid delegeren aan de voorzitter van de Commissie voor Bier.
5. Indien een of meer aan een vrijstelling of ontheffing verbonden voorwaarde(n) niet, niet tijdig of niet behoorlijk wordt (worden) nagekomen, wordt de vrijstelling of ontheffing, waaraan de voorwaarde(n) is (zijn) verbonden met inachtneming van het ter zake bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht, geacht niet te zijn verleend.
2. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd, met inachtneming van het dienaangaande gegeven advies van de voorzitter van de Commissie voor Bier, voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen van het bij of krachtens de Verordening bepaalde gehele of gedeeltelijkevrijstelling of ontheffing te verlenen mits deze vrijstelling of ontheffing niet in strijd is met het aan de Beschikking M(92) 10 van 2 december 1992 van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie gehechte reglement betreffende de harmonisatie der wetgeving inzake bier.
3. Het Dagelijks Bestuur kan, met inachtneming van het dienaangaande gegeven advies van de voorzitter van de Commissie voor Bier, aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het tweede lid, een of meer voorwaarde(n) en waarborg(en) verbinden.
4. Het Dagelijks Bestuur kan de in de leden 2 en 3 genoemde bevoegdheid delegeren aan de voorzitter van de Commissie voor Bier.
5. Indien een of meer aan een vrijstelling of ontheffing verbonden voorwaarde(n) niet, niet tijdig of niet behoorlijk wordt (worden) nagekomen, wordt de vrijstelling of ontheffing, waaraan de voorwaarde(n) is (zijn) verbonden met inachtneming van het ter zake bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht, geacht niet te zijn verleend.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014243
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl