BWBR0014266
Geldig vanaf 22-02-2003
Artikel 3
Verordening heffingen eendenhouderijen 2003
1. De ondernemer is verplicht om uiterlijk binnen tien dagen na het verstrijken van het kwartaal waarin door hem eenden zijn afgeleverd naar waarheid bij het productschap opgave te doen van de betreffende aantallen. Deze opgave dient te geschieden door middel van een volledige invulling en ondertekening van een op zijn verzoek door hetproductschap te verstrekken opgaveformulier.
2. ledere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te alle tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.
3. De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan worden aangemerkt als voorschotbetaling. Na afloop van het kalenderjaar vindt dan een definitieve heffingsoplegging plaats en zo nodig verrekening tussen feitelijk verschuldigd bedrag en betaalde voorschotten
4. Het bestuur van het productschap is bevoegd bij uitvoeringsbesluit minimumeisen te stellen waaraan de door de ondernemer te voeren administratie dient te voldoen.
5. Voor het geval een ondernemer niet heeft voldaan aan een, ingevolge het eerste lid op hem rustende verplichting, waaronder begrepen het verstrekken van onvolledige en/of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in artikel 2 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens zo nodig door middel van een schatting.
2. ledere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te alle tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.
3. De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan worden aangemerkt als voorschotbetaling. Na afloop van het kalenderjaar vindt dan een definitieve heffingsoplegging plaats en zo nodig verrekening tussen feitelijk verschuldigd bedrag en betaalde voorschotten
4. Het bestuur van het productschap is bevoegd bij uitvoeringsbesluit minimumeisen te stellen waaraan de door de ondernemer te voeren administratie dient te voldoen.
5. Voor het geval een ondernemer niet heeft voldaan aan een, ingevolge het eerste lid op hem rustende verplichting, waaronder begrepen het verstrekken van onvolledige en/of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in artikel 2 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens zo nodig door middel van een schatting.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014266
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl