BWBR0014278
Geldig vanaf 26-07-2003
Artikel 11
Verordening registratie verzamelaars, grossiers en houders van een pakstation en heffingen consumptie-eieren 2003
1. De in artikel 2 en artikel 10 bedoelde ondernemer is verplicht uiterlijk binnen 10 dagen na het verstrijken van elke kalendermaand, door middel van invulling en ondertekening van een hem door het productschap verstrekt opgaveformulier, naar waarheid opgave te doen van die bedrijfsgegevens over de verstreken kalendermaand waarvan de opgave in dat formulier wordt verlangd. Indien in het voorgaande jaar het totale aantal ontvangen eieren, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 8, dan wel het totaal aantal afgeleverde eieren, als bedoeld in artikel 10, minder dan 4 miljoen stuks bedroeg kan de ondernemer volstaan met het doen van de even bedoelde opgave binnen 10 dagen na afloop van het betreffende kalenderjaar.
2. De in het opgaveformulier te verstrekken gegevens hebben betrekking op de in de desbetreffende kalendermaand ontvangen, afgeleverde en/of in voorraad gehouden eieren.
3. De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan worden aangemerkt als voorschotbetaling. Na afloop van het kalenderjaar vindt dan een definitieve heffingsoplegging plaats en zo nodig verrekening tussen feitelijk verschuldigd bedrag en betaalde voorschotten.
4. Iedere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te alle tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.
5. Het bestuur van het productschap is bevoegd bij uitvoeringsbesluit minimumeisen te stellen waaraan de door verzamelaar, houder van een pakstation, grossier en/of legpluimveebedrijf, met betrekking tot de ontvangst, de aflevering en de voorraad eieren te voeren administratie dient de voldoen.
6. Voor het geval een ondernemer, als bedoeld in artikel 2, onderscheidenlijk artikel 10 niet heeft voldaan aan een ingevolge titel II op hem rustende verplichting waaronder begrepen het verstrekken van onvolledige en/of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in onder onderscheidenlijk de artikelen 7, 8, 9 en 10 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens, zo nodig door middel van een schatting.
2. De in het opgaveformulier te verstrekken gegevens hebben betrekking op de in de desbetreffende kalendermaand ontvangen, afgeleverde en/of in voorraad gehouden eieren.
3. De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan worden aangemerkt als voorschotbetaling. Na afloop van het kalenderjaar vindt dan een definitieve heffingsoplegging plaats en zo nodig verrekening tussen feitelijk verschuldigd bedrag en betaalde voorschotten.
4. Iedere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te alle tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.
5. Het bestuur van het productschap is bevoegd bij uitvoeringsbesluit minimumeisen te stellen waaraan de door verzamelaar, houder van een pakstation, grossier en/of legpluimveebedrijf, met betrekking tot de ontvangst, de aflevering en de voorraad eieren te voeren administratie dient de voldoen.
6. Voor het geval een ondernemer, als bedoeld in artikel 2, onderscheidenlijk artikel 10 niet heeft voldaan aan een ingevolge titel II op hem rustende verplichting waaronder begrepen het verstrekken van onvolledige en/of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in onder onderscheidenlijk de artikelen 7, 8, 9 en 10 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens, zo nodig door middel van een schatting.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014278
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl