BWBR0014315 Geldig vanaf 2024-07-01

Artikel 20

Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte

Citeren als
Art. 20
Geldig vanaf
Status
Geldend recht
Identificatie
BWBR0014315
Officiële bron
wetten.overheid.nl

Wat betekent dit?

Dit artikel uitgelegd in eenvoudige taal

Uitleg Artikel 20 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte – in gewone taal

Dit artikel gaat over hoe een voorzitter (een soort rechter in huurzaken) snel een beslissing moet nemen in huurprijsgeschillen. Bijvoorbeeld als een huurder of verhuurder het oneens is over de hoogte van de huur of andere afspraken in de huurovereenkomst.

De voorzitter moet binnen 4 weken een schriftelijke uitspraak doen als:

  • Het verzoek (de klacht) duidelijk niet mag worden behandeld (bijv. te laat ingediend).
  • Het verzoek duidelijk wel of niet redelijk is (bijv. een verhuurder vraagt een veel te hoge huurverhoging).
  • Het voorstel waarover wordt gestemd (bijv. een huurverhoging van 5%) duidelijk wel of niet redelijk is.
  • De bezwaren (argumenten) van de huurder of verhuurder duidelijk gegrond of ongegrond zijn.

Voorbeeld: Een verhuurder vraagt een huurverhoging van 10%, maar de huurder vindt dat te veel. De voorzitter kijkt dan of 10% redelijk is. Als het duidelijk te hoog is, kan de voorzitter de verhoging verlagen.

Uitspraak op verzoek (binnen 4 maanden)

Als partijen (huurder en verhuurder) in hun contract hebben afgesproken dat ze bij een geschil naar de voorzitter kunnen stappen, dan moet die binnen 4 maanden een uitspraak doen. Dit geldt ook als het verzoek niet "kennelijk" (duidelijk) redelijk of onredelijk is.

Voorbeeld: In het huurcontract staat dat bij een conflict over servicekosten de voorzitter moet beslissen. Als de huurder en verhuurder het niet eens worden, moet de voorzitter binnen 4 maanden een oordeel geven.

Wanneer is een verzoek "kennelijk redelijk"?

Het artikel verwijst naar een andere wet (artikel 7:253 BW). Daar staat dat een verzoek kennelijk redelijk is als:

  • De huurder een te hoge huur betaalt (bijv. omdat de woning niet aan de kwaliteitseisen voldoet).
  • De verhuurder een onredelijke verhoging vraagt.

Uitzondering: Dit geldt niet als de verhuurder kan aantonen dat de huur toch redelijk is (bijv. omdat de won

Deze uitleg is vereenvoudigd en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd de originele wettekst hierboven.