BWBR0014394
Geldig vanaf 2023-04-18
Artikel 119
Mijnbouwbesluit
1. De artikelen 109 tot en met 111en 115 tot en met 118zijn van overeenkomstige toepassing in geval van opsporing of winning van aardwarmte, met dien verstande dat de houder van de startvergunning aardwarmte of vervolgvergunning aardwarmte de persoon is die de gegevens, bedoeld in de artikelen 109, 110 en 111, verstrekt.
2. De artikelen 109, 110en 115 tot en met 118zijn van overeenkomstige toepassing in geval van het gebruik van boorgaten als bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdeel e, van de wet.
3. In afwijking van het eerste lid en artikel 116, tweede lid, is in geval van opsporing of winning van aardwarmte waarvoor op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitieeen subsidie is verstrekt, artikel 5.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet open overheidvan toepassing op de gegevens en de monsters, bedoeld in de artikelen 109en 110, totdat 6 maanden zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.
2. De artikelen 109, 110en 115 tot en met 118zijn van overeenkomstige toepassing in geval van het gebruik van boorgaten als bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdeel e, van de wet.
3. In afwijking van het eerste lid en artikel 116, tweede lid, is in geval van opsporing of winning van aardwarmte waarvoor op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitieeen subsidie is verstrekt, artikel 5.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet open overheidvan toepassing op de gegevens en de monsters, bedoeld in de artikelen 109en 110, totdat 6 maanden zijn verstreken na het tijdstip waarop de gegevens zijn verstrekt.