BWBR0014487
Geldig vanaf 01-01-2003
Artikel 21
Verordening op de kwaliteitstoetsing
1. Het college kan op verzoek van een accountantskantoor besluiten de toetsing te doen uitvoeren door onderzoekers van een door het accountantskantoor in zijn verzoek genoemd ander accountantskantoor, in plaats van door onderzoekers, aangewezen door het college conform artikel 7.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, dient te worden gedaan binnen vier weken na de mededeling als bedoeld in artikel 9, lid 2, dat het accountantskantoor is geselecteerd voor toetsing.
3. Het college zal aan zijn besluit voorwaarden verbinden.
4. De toetsing als bedoeld in het eerste lid wordt uitgevoerd aan de hand van een door het college goedgekeurd werkprogramma.
5. Het college stelt nadere criteria vast waaraan alle bij de uitvoering van de toetsing betrokken personen dienen te voldoen.
6. Indien de toetsing niet volgens de voorwaarden wordt of is uitgevoerd of in geval van andere gewichtige redenen kan het college besluiten tot eigen toetsing over te gaan.
7. Het accountantskantoor, dat de toetsing uitvoert, is gehouden het toetsingsdossier, opgesteld naar aanleiding van de toetsing, binnen zes weken na de toetsing aan het college te zenden.
8. Het college toetst het van het toetsende accountantskantoor ontvangen toetsingsdossier.
9. Indien een hertoetsing volgens artikel 15, lid 6, noodzakelijk is, kan het college besluiten die hertoetsing door onderzoekers van hetzelfde accountantskantoor te doen uitvoeren, mits dit niet dezelfde personen zijn die de eerste toetsing hebben uitgevoerd.
Ingeval het oordeel na een hertoetsing de strekking heeft als omschreven in artikel 14 lid 3 onder c vindt artikel 16 overeenkomstige toepassing.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, dient te worden gedaan binnen vier weken na de mededeling als bedoeld in artikel 9, lid 2, dat het accountantskantoor is geselecteerd voor toetsing.
3. Het college zal aan zijn besluit voorwaarden verbinden.
4. De toetsing als bedoeld in het eerste lid wordt uitgevoerd aan de hand van een door het college goedgekeurd werkprogramma.
5. Het college stelt nadere criteria vast waaraan alle bij de uitvoering van de toetsing betrokken personen dienen te voldoen.
6. Indien de toetsing niet volgens de voorwaarden wordt of is uitgevoerd of in geval van andere gewichtige redenen kan het college besluiten tot eigen toetsing over te gaan.
7. Het accountantskantoor, dat de toetsing uitvoert, is gehouden het toetsingsdossier, opgesteld naar aanleiding van de toetsing, binnen zes weken na de toetsing aan het college te zenden.
8. Het college toetst het van het toetsende accountantskantoor ontvangen toetsingsdossier.
9. Indien een hertoetsing volgens artikel 15, lid 6, noodzakelijk is, kan het college besluiten die hertoetsing door onderzoekers van hetzelfde accountantskantoor te doen uitvoeren, mits dit niet dezelfde personen zijn die de eerste toetsing hebben uitgevoerd.
Ingeval het oordeel na een hertoetsing de strekking heeft als omschreven in artikel 14 lid 3 onder c vindt artikel 16 overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014487
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl