BWBR0014933
Geldig vanaf 10-04-2003
Artikel 10
Algemene Heffingsverordening
1. De ondernemer is verplicht te gedogen dat vanwege het bedrijfschap, voor zover nodig voor het uitoefenen van toezicht op de naleving van deze verordening of voor het verkrijgen van gegevens, welke in strijd met deze verordening niet zijn verstrekt, inzage wordt genomen van de boeken en bescheiden van de onderneming. Hij is gehouden aan de inzage de nodige medewerking te geven.
2. De inzage vindt slechts plaats door personen die daartoe een schriftelijke opdracht van de voorzitter kunnen overleggen. De opdracht vermeldt het doel, waarvoor de inzage plaatsvindt.
3. De voorzitter geeft opdrachten als bedoeld in het voorgaande lid, uitsluitend aan leden van het personeel van het secretariaat of aan door het bestuur van het bedrijfschap daartoe aangewezen andere personen.
2. De inzage vindt slechts plaats door personen die daartoe een schriftelijke opdracht van de voorzitter kunnen overleggen. De opdracht vermeldt het doel, waarvoor de inzage plaatsvindt.
3. De voorzitter geeft opdrachten als bedoeld in het voorgaande lid, uitsluitend aan leden van het personeel van het secretariaat of aan door het bestuur van het bedrijfschap daartoe aangewezen andere personen.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014933
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl