1. Het is de be- of verwerker verboden vóór de weging iets van het slachtvarken af te snijden of te verwijderen, met uitzondering van de borstels, het bezoedelde weefsel rond de huidopening van het steekgat, het onderhuidse bezoedelde weefsel rond het steekgat, met inbegrip van het bloedvlees, met een maximum van 100 gram per slachtvarken, de tonsillen, de klauwen, de endeldarm en het aarseinde, de pezerik, de testikels, de tong met hartslag, de hersenen, het ruggenmerg, de reuzels, de nieren, het middenrif, de longhaas, het hartzakje en de inhoud van de borst- en de buikholte, daaronder niet begrepen de haasjes.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is de be- of verwerker verplicht ervoor zorg te dragen, dat de reuzels, de nieren, het middenrif en de longhaas voorafgaand aan het tijdstip van weging verwijderd worden.
3. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens de
Vleeskeuringswet of de
Veewet bepaalde een slachtvarken aan een bacteriologisch onderzoek onderworpen moet worden, is lid 2, niet van toepassing.
4. De be- of verwerker is verplicht ervoor zorg te dragen dat bij het verwijderen of afsnijden van de in het eerste lid bepaalde delen, de afsnijdingen aan vlees, spek of vet zo gering mogelijk zijn.
5. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens de
Vleeskeuringswet of de
Veewet bepaalde meer moet worden afgesneden of verwijderd dan op grond van het bepaalde in het eerste en vierde lid is toegestaan, is de be- of verwerker verplicht het geschatte gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
6. De in het vijfde lid genoemde verplichting geldt niet indien de be- of verwerker vóór de slachting aantoont dat het een slachtvarken betreft hetwelk aan een slachtrisicoverzekeraar ter verzekering tegen slachtrisico is aangeboden, doch niet door deze is verzekerd.
7. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is de be- of verwerker gerechtigd bij geslachte zware slachtvarkens de uier of, naar gelang het geslacht, het scrotum vóór het tijdstip van weging te verwijderen of te doen verwijderen.
8. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, en onverminderd het bepaalde in artikel 3, van deze verordening, is de be- of verwerker gerechtigd oormerken vóór het tijdstip van weging te verwijderen of te doen verwijderen. In het geval verwijdering van het oormerk plaatsvindt door het weg te snijden, gelden de navolgende voorwaarden:
a. bij het verwijderen van het oormerk dient zo weinig mogelijk van het oor weggesneden te worden;
b. het gewicht van het desbetreffende slachtvarken dient uiterlijk op het tijdstip van weging vermeerderd te worden met 50 gram per verwijderd oormerk.