BWBR0015505
Geldig vanaf 24-08-2003
Artikel 11
Verordening slachting en weging slachtvarkens 2003
1. De be- of verwerker die slachtvarkens na de slachting weegt of doet wegen is verplicht, van ingeslagen identificatienummers voorziene, toetsgewichten van 20 en 25 kg bij het weegwerktuig voorhanden te hebben tot een totaalgewicht van ten minste 140 kg.
2. De in het eerste lid bedoelde toetsgewichten dienen zodanig bewaard te worden, dat zij te allen tijde geschikt zijn om als toetsgewicht aangewend te worden.
3. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen de toetsgewichten, bedoeld in het eerste lid, gecontroleerd te worden door het Nederlands Meetinstituut N.V., dan wel door een door het Nederlands Meetinstituut N.V. erkende instantie.
4. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten gejusteerd te worden.
2. De in het eerste lid bedoelde toetsgewichten dienen zodanig bewaard te worden, dat zij te allen tijde geschikt zijn om als toetsgewicht aangewend te worden.
3. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen de toetsgewichten, bedoeld in het eerste lid, gecontroleerd te worden door het Nederlands Meetinstituut N.V., dan wel door een door het Nederlands Meetinstituut N.V. erkende instantie.
4. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten gejusteerd te worden.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015505
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl