1. Iedere varkenshouder is verplicht 3 maal per jaar bloedmonsters van op zijn bedrijf aanwezige vleesvarkens te laten onderzoeken op de aanwezigheid van salmonella of een varkenshouder kan deze monsters laten nemen op een slachterij, indien dat op die slachterij onder de voorwaarden van deze Verordening geschiedt, waarbij per periode van 4 maanden het verplichte aantal monsters genomen wordt.
2. Het aantal per periode van 4 maanden, te weten januari tot en met april, mei tot en met augustus, en september tot en met december, te bemonsteren vleesvarkens is afhankelijk van het totale aantal per periode gehouden vleesvarkens zwaarder dan 25 kilogram en wordt als volgt bepaald:
[tabel]
3. Van de varkens die binnen drie weken naar de slachterij worden afgevoerd wordt de monstername in geval deze op het bedrijf plaatsvindt, uiterlijk drie weken voorafgaand aan de afvoer plaats.
4. Het bestuur stelt bij besluit regels met betrekking tot de analysemethode(n) die wordt toegepast op de monsters.
5. De in het eerste lid bedoelde onderzoeken worden verricht door een laboratorium, dat is erkend door het productschap. Het bestuur stelt bij besluit regels waaraan een laboratorium dient te voldoen, om in aanmerking te komen voor een erkenning.
6. De uitslag van het onderzoek dient tenminste de navolgende gegevens te bevatten: de Optical Density-waarde per monster van alle onderzochte monsters; en dient uiterlijk binnen 20 werkdagen na monstername door het productschap of een door het productschap aan te wijzen rechtspersoon te zijn ontvangen. Het bestuur kan bij besluit regels stellen over de wijze waarop de uitslag van het onderzoek aan het productschap of door het productschap aan te wijzen rechtspersoon, wordt verstrekt.
7. Een houder van varkens die slechts incidenteel varkens aan de slachterij levert, dient deze varkens maximaal 3 weken voorafgaand aan dit moment op Salmonella te laten onderzoeken. Het aantal monsters wordt overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid bepaald.