BWBR0015566
Geldig vanaf 13-02-2005
Artikel 3
Verordening Salmonellamonitoring varkenssector 2003
1. Iedere slachterij die per kalenderjaar 10.000 varkens of meer slacht of laat slachten is verplicht karkassen te bemonsteren van op zijn bedrijf geslachte varkens. Deze karkassen worden onderzocht op de aanwezigheid van salmonella.
2. Slachterijen die 10.000 tot 150.000 varkens per jaar slachten, dienen minimaal éénmaal per twee weken 10 karkassen te bemonsteren ten behoeve van Salmonellaonderzoek.
Slachterijen die meer dan 150.000 varkens per jaar slachten, dienen per werkdag dat er varkens worden geslacht, van 5 karkassen in de koelcel (na minimaal 12 uur koeling) door middel van een a- selecte steekproef, een monster te nemen.
3. Het bestuur stelt bij besluit regels over de wijze waarop de monsters worden genomen.
4. Het bestuur stelt bij besluit regels met betrekking tot de analysemethode die wordt toegepast op de monsters.
5. De in het eerste lid bedoelde onderzoeken worden verricht door een laboratorium, dat is erkend door productschap. Het bestuur van het productschap stelt bij besluit regels waaraan een laboratorium dient te voldoen, om in aanmerking te komen voor een erkenning.
6. De uitslag van het onderzoek dient tenminste de navolgende gegevens te bevatten: Bij slachterijen die 10.000 tot 150.000 varkens per jaar slachten dient per individueel onderzocht karkas duidelijk te zijn of salmonella wel of niet is aangetoond. Bij slachterijen die meer dan 150.000 varkens per jaar slachten dient per poolmonster duidelijk te zijn of salmonella wel of niet is aangetoond op 300 cm2.
De uitslag van het onderzoek dient uiterlijk binnen vier weken na monstername door het productschap te zijn ontvangen. Het bestuur van het productschap kan bij besluit regels stellen over de wijze waarop de uitslag van het onderzoek aan het productschap wordt verstrekt.
2. Slachterijen die 10.000 tot 150.000 varkens per jaar slachten, dienen minimaal éénmaal per twee weken 10 karkassen te bemonsteren ten behoeve van Salmonellaonderzoek.
Slachterijen die meer dan 150.000 varkens per jaar slachten, dienen per werkdag dat er varkens worden geslacht, van 5 karkassen in de koelcel (na minimaal 12 uur koeling) door middel van een a- selecte steekproef, een monster te nemen.
3. Het bestuur stelt bij besluit regels over de wijze waarop de monsters worden genomen.
4. Het bestuur stelt bij besluit regels met betrekking tot de analysemethode die wordt toegepast op de monsters.
5. De in het eerste lid bedoelde onderzoeken worden verricht door een laboratorium, dat is erkend door productschap. Het bestuur van het productschap stelt bij besluit regels waaraan een laboratorium dient te voldoen, om in aanmerking te komen voor een erkenning.
6. De uitslag van het onderzoek dient tenminste de navolgende gegevens te bevatten: Bij slachterijen die 10.000 tot 150.000 varkens per jaar slachten dient per individueel onderzocht karkas duidelijk te zijn of salmonella wel of niet is aangetoond. Bij slachterijen die meer dan 150.000 varkens per jaar slachten dient per poolmonster duidelijk te zijn of salmonella wel of niet is aangetoond op 300 cm2.
De uitslag van het onderzoek dient uiterlijk binnen vier weken na monstername door het productschap te zijn ontvangen. Het bestuur van het productschap kan bij besluit regels stellen over de wijze waarop de uitslag van het onderzoek aan het productschap wordt verstrekt.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015566
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl