BWBR0015569
Geldig vanaf 21-12-2003
Artikel 5
Retributieverordening controle eiproducten 2003 (PPE)
1. Indien de krachtens deze verordening verschuldigde retributie is betaald aan de krachtens de Verordening eiproducten 2003 (PPE) aangewezen controle-instelling, te dier zake optredende als gemachtigde van het productschap, is degene die de retributie is verschuldigd, daarmee gekweten.
2. Voor zover het bepaalde in het voorgaande lid geen toepassing heeft gevonden, geschiedt de oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde retributie door de Voorzitter bij een tot de betreffende ondernemer gericht gedagtekend schrijven, waarin worden vermeld de periode waarop de retributie betrekking heeft, de aantallen controles en duur daarvan die ingevolge het controleschema als bedoeld in artikel 3 voor de betrokken onderneming van toepassing zijn en het totaal van de retributie. De betaling moet alsdan geschieden binnen één maand na dagtekening.
2. Voor zover het bepaalde in het voorgaande lid geen toepassing heeft gevonden, geschiedt de oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde retributie door de Voorzitter bij een tot de betreffende ondernemer gericht gedagtekend schrijven, waarin worden vermeld de periode waarop de retributie betrekking heeft, de aantallen controles en duur daarvan die ingevolge het controleschema als bedoeld in artikel 3 voor de betrokken onderneming van toepassing zijn en het totaal van de retributie. De betaling moet alsdan geschieden binnen één maand na dagtekening.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015569
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl