BWBR0015773
Geldig vanaf 25-12-2004
Artikel 2
Verordening bijzondere heffing veeziektenfonds (PVV) 2004
1. Op voet van het bepaalde in artikel 2 van de Verordening huishoudelijke heffing dieren (PVV) 2004 is voor het veeziektenfonds PVV een heffing verschuldigd ten bedrage van:
a. Treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.
b. € 2,11 per kalf ten behoeve van de rekening-II-runderen;
c. € 0,84 per schaap ten behoeve van de rekening-III-schapen en geiten;
d. € 0,24 per geit ten behoeve van de rekening-III-schapen en geiten
e. Treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder d, is, indien ten genoegen van het productschap is aangetoond dat het een jonge geit betreft, een heffing verschuldigd ten bedrage van € 0,09.
3. De heffing, bedoeld in het eerste lid, wordt niet opgelegd voor een dier, ten aanzien waarvan ten genoegen van het productschap wordt aangetoond, dat:
a. de periode tussen het tijdstip van invoeren het tijdstip van slacht korter is dan: twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft kalveren en runderen.
twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft kalveren en runderen.
b. de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van uitvoer korter is dan: twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft, kalveren en runderen.
twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft, kalveren en runderen.
a. Treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.
b. € 2,11 per kalf ten behoeve van de rekening-II-runderen;
c. € 0,84 per schaap ten behoeve van de rekening-III-schapen en geiten;
d. € 0,24 per geit ten behoeve van de rekening-III-schapen en geiten
e. Treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder d, is, indien ten genoegen van het productschap is aangetoond dat het een jonge geit betreft, een heffing verschuldigd ten bedrage van € 0,09.
3. De heffing, bedoeld in het eerste lid, wordt niet opgelegd voor een dier, ten aanzien waarvan ten genoegen van het productschap wordt aangetoond, dat:
a. de periode tussen het tijdstip van invoeren het tijdstip van slacht korter is dan: twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft kalveren en runderen.
twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft kalveren en runderen.
b. de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van uitvoer korter is dan: twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft, kalveren en runderen.
twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft, kalveren en runderen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015773
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl