BWBR0015783
Geldig vanaf 17-04-2004
Artikel 3
Verordening heffingen eiproducten (PPE) 2004
1. De in artikel 2 bedoelde ondernemer is verplicht om maandelijks, uiterlijk binnen 10 dagen na het verstrijken van een kalendermaand, door middel van invulling en ondertekening van een hem door het productschap verstrekt opgaveformulier, naar waarheid opgave te doen van die bedrijfsgegevens over de verstreken kalendermaand waarvan de opgave in dat formulier wordt verlangd.
2. De in het opgaveformulier te verstrekken gegevens hebben betrekking op de door de ondernemer in de desbetreffende kalendermaand ontvangen eieren en geïmporteerde eiproducten.
3. De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan in voorkomend geval worden aangemerkt als voorlopige aanslag. Na afloop van het kalenderjaar wordt dan de heffing definitief opgelegd, zo nodig onder verrekening tussen het verschuldigde bedrag en het bij voorlopige aanslag opgelegde bedrag.
4. Iedere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te allen tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.
5. Het bestuur kan bij uitvoeringsbesluit minimumeisen stellen waaraan de door de ondernemer met betrekking tot de ontvangst van eieren en ontvangst onderscheidenlijk aflevering van eiproducten te voeren administratie dient te voldoen.
6. In het geval aan een ondernemer de verplichting uit het eerste lid is opgelegd en de ondernemer niet of niet naar behoren heeft voldaan aan deze op hem rustende verplichting, waaronder begrepen het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in artikel 2 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens, zo nodig door middel van een schatting.
2. De in het opgaveformulier te verstrekken gegevens hebben betrekking op de door de ondernemer in de desbetreffende kalendermaand ontvangen eieren en geïmporteerde eiproducten.
3. De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan in voorkomend geval worden aangemerkt als voorlopige aanslag. Na afloop van het kalenderjaar wordt dan de heffing definitief opgelegd, zo nodig onder verrekening tussen het verschuldigde bedrag en het bij voorlopige aanslag opgelegde bedrag.
4. Iedere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te allen tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.
5. Het bestuur kan bij uitvoeringsbesluit minimumeisen stellen waaraan de door de ondernemer met betrekking tot de ontvangst van eieren en ontvangst onderscheidenlijk aflevering van eiproducten te voeren administratie dient te voldoen.
6. In het geval aan een ondernemer de verplichting uit het eerste lid is opgelegd en de ondernemer niet of niet naar behoren heeft voldaan aan deze op hem rustende verplichting, waaronder begrepen het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in artikel 2 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens, zo nodig door middel van een schatting.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015783
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl