BWBR0015841
Geldig vanaf 04-04-2004
Artikel 6
Verordening GZP structuurversterking bakkerij jaar 2004
1. Degene, die een onderneming drijft, waarin bakkerijproducten worden bereid is verplicht in het jaar 2004 aan het productschap een heffing te betalen van € 1,00 per 100 kilogram meel en/of bloem van granen over die hoeveelheden aan hem geleverd(e) meel en/of bloem van granen, waarover geen der in de artikelen 3, 4 of 5 bedoelde heffingen zijn betaald.
2. Ter vaststelling van het juiste heffingsbedrag moet een bij het productschap te verkrijgen speciaal daarvoor bestemde afrekeningsstaat worden ingediend.
3. Aan hem, die een in het eerste lid bedoelde onderneming drijft, en die meel en/of bloem van granen heeft afgenomen tegen een prijs, waarin de in het artikel 3, 4 of 5 genoemde heffing is opgenomen dan wel de in het eerste lid bedoelde heffing heeft betaald, wordt op zijn verzoek deze heffing terugbetaald, indien het terug te betalen bedrag tenminste, € 22,50 bedraagt en voor zover ten genoegen van het productschap is aangetoond:
a. dat hij meel en/of bloem van granen heeft afgeleverd buiten Nederland;
b. dat hij meel en/of bloem van granen heeft verwerkt in bakkerijproducten, welke zijn afgeleverd buiten Nederland;
c. dat hij meel en/of bloem van granen in verpakkingen van ten hoogste 2½ kilogram heeft afgeleverd voor huishoudelijk gebruik;
d. en gedeeltelijk terugbetaald, indien hij in het betrokken budgetjaar meel en/of bloem van granen heeft afgenomen tegen een prijs waarin de in artikel 3, 4 of 5 genoemde heffing is opgenomen of waarover de in het eerste lid bedoelde heffing is betaald, en hij behoort tot die sector die reeds zoveel heffing heeft afgedragen dat het gehele jaarbudget voor die sector is gedekt. In dit kader zijn de sectoren die ieder een eigen jaarbudget hebben het midden- en kleinbedrijf enerzijds en het grootbedrijf anderzijds.
4. Het in het derde lid bedoelde verzoek moet worden gedaan met een bij het productschap te verkrijgen formulier. Wanneer de secretaris zulks nodig acht, dient tevens een door een externe accountant afgegeven verklaring te worden overgelegd.
5. Degene die een in het eerste lid bedoelde onderneming drijft, waarin meel en/of bloem van granen wordt verwerkt tot bakkerijproducten niet zijnde brood, kan verzoeken om restitutie van de heffing voor het aandeel van het meel en/of bloem van granen dat is verwerkt tot bakkerijproducten niet zijnde brood, indien aan de voorwaarde is voldaan, dat op jaarbasis bezien ten minste 250 ton meel en/of bloem van granen tot bakkerijproducten niet zijnde brood wordt verwerkt.
6. Het in het vijfde lid bedoelde verzoek moet, worden gedaan met een bij het productschap te verkrijgen formulier. Wanneer de secretaris zulks nodig acht, dient tevens een door een externe accountant afgegeven verklaring ter zake te worden overgelegd.
2. Ter vaststelling van het juiste heffingsbedrag moet een bij het productschap te verkrijgen speciaal daarvoor bestemde afrekeningsstaat worden ingediend.
3. Aan hem, die een in het eerste lid bedoelde onderneming drijft, en die meel en/of bloem van granen heeft afgenomen tegen een prijs, waarin de in het artikel 3, 4 of 5 genoemde heffing is opgenomen dan wel de in het eerste lid bedoelde heffing heeft betaald, wordt op zijn verzoek deze heffing terugbetaald, indien het terug te betalen bedrag tenminste, € 22,50 bedraagt en voor zover ten genoegen van het productschap is aangetoond:
a. dat hij meel en/of bloem van granen heeft afgeleverd buiten Nederland;
b. dat hij meel en/of bloem van granen heeft verwerkt in bakkerijproducten, welke zijn afgeleverd buiten Nederland;
c. dat hij meel en/of bloem van granen in verpakkingen van ten hoogste 2½ kilogram heeft afgeleverd voor huishoudelijk gebruik;
d. en gedeeltelijk terugbetaald, indien hij in het betrokken budgetjaar meel en/of bloem van granen heeft afgenomen tegen een prijs waarin de in artikel 3, 4 of 5 genoemde heffing is opgenomen of waarover de in het eerste lid bedoelde heffing is betaald, en hij behoort tot die sector die reeds zoveel heffing heeft afgedragen dat het gehele jaarbudget voor die sector is gedekt. In dit kader zijn de sectoren die ieder een eigen jaarbudget hebben het midden- en kleinbedrijf enerzijds en het grootbedrijf anderzijds.
4. Het in het derde lid bedoelde verzoek moet worden gedaan met een bij het productschap te verkrijgen formulier. Wanneer de secretaris zulks nodig acht, dient tevens een door een externe accountant afgegeven verklaring te worden overgelegd.
5. Degene die een in het eerste lid bedoelde onderneming drijft, waarin meel en/of bloem van granen wordt verwerkt tot bakkerijproducten niet zijnde brood, kan verzoeken om restitutie van de heffing voor het aandeel van het meel en/of bloem van granen dat is verwerkt tot bakkerijproducten niet zijnde brood, indien aan de voorwaarde is voldaan, dat op jaarbasis bezien ten minste 250 ton meel en/of bloem van granen tot bakkerijproducten niet zijnde brood wordt verwerkt.
6. Het in het vijfde lid bedoelde verzoek moet, worden gedaan met een bij het productschap te verkrijgen formulier. Wanneer de secretaris zulks nodig acht, dient tevens een door een externe accountant afgegeven verklaring ter zake te worden overgelegd.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015841
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl