BWBR0015875
Geldig vanaf 30-12-2003
Artikel 3
Heffingsverordening 2004 Productschap Dranken/Commissie voor slijters
1. Aan een onderneming, die al dan niet rechtstreeks lid is van een organisatie van ondernemingen die één of meer leden in het bestuur van het Productschap heeft benoemd en die voorts over het jaar 2003 de volledige contributie aan deze organisatie heeft betaald, wordt een aftrek van 25% toegestaan op het door hem krachtens deze Verordening verschuldigde, tenzij deze aftrek in een bedrag uitgedrukt méér zou bedragen dan de helft der aan de organisatie door de onderneming verschuldigde contributie, in welk geval slechts een bedrag, gelijk aan de helft der aan de organisatie betaalde contributie, in mindering komt op dat bedrag der Heffing. De aftrek wordt slechts verleend indien uit de door bovenbedoelde organisaties verstrekte opgave blijkt dat de contributie over het jaar 2003 volledig is betaald. De Commissievoorzitter kan vragen om de opgave te doen vergezellen van een verklaring van een Nivra-Registeraccountant of Nova-AccountantsAdministratieconsulent.
2. Onder een rechtstreeks lid wordt in dit verband verstaan een lid dat volledig contributie betaalt en volledig en zonder enige beperking vanwege groepsverband of dergelijke, ten opzichte van anderen of groepen van anderen een zelfstandig volwaardig stemrecht kan uitoefenen.
3. Andere ondernemersorganisaties kunnen ten behoeve van hun leden, die al dan niet rechtstreeks lid zijn, een verzoek bij het Bestuur indienen om eveneens te worden toegelaten tot de aftrekregeling als bedoeld in het eerste lid.
4. Een organisatie die een verzoek om toelating als bedoeld in lid 3 van dit artikel doet, dient:
a. een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid te zijn en
b. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheden te kunnen uitstrekken tot tenminste een belangrijk gedeelte van het terrein, waarop het Productschap en/of de Commissie een taak te vervullen hebben en
c. te voldoen aan de relevante kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de Richtlijnen representativiteit organisaties van de Raad.
d. tot de werkingssfeer van de Commissie behorende ondernemingen, waarvan het gewogen aantal niet onbetekenend is, te hebben en
e. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van de ondernemingen een positie van enige betekenis in te nemen binnen de groep van ondernemingen die zij beoogd te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de representativiteit binnen die groep, de deelname aan arbeidsvoorwaarden overleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid en
g. haar activiteiten landelijk te ontplooien al dan niet door middel van een federatie met een of meerdere gelijksoortige organisaties.
5. Een onderneming die, al dan niet rechtstreeks, lid is van meerdere organisaties van ondernemingen als bedoeld in dit artikel, kan per Heffingsjaar slechts één keer een beroep doen op de kortingsregeling als bedoeld in dit artikel.
2. Onder een rechtstreeks lid wordt in dit verband verstaan een lid dat volledig contributie betaalt en volledig en zonder enige beperking vanwege groepsverband of dergelijke, ten opzichte van anderen of groepen van anderen een zelfstandig volwaardig stemrecht kan uitoefenen.
3. Andere ondernemersorganisaties kunnen ten behoeve van hun leden, die al dan niet rechtstreeks lid zijn, een verzoek bij het Bestuur indienen om eveneens te worden toegelaten tot de aftrekregeling als bedoeld in het eerste lid.
4. Een organisatie die een verzoek om toelating als bedoeld in lid 3 van dit artikel doet, dient:
a. een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid te zijn en
b. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheden te kunnen uitstrekken tot tenminste een belangrijk gedeelte van het terrein, waarop het Productschap en/of de Commissie een taak te vervullen hebben en
c. te voldoen aan de relevante kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de Richtlijnen representativiteit organisaties van de Raad.
d. tot de werkingssfeer van de Commissie behorende ondernemingen, waarvan het gewogen aantal niet onbetekenend is, te hebben en
e. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van de ondernemingen een positie van enige betekenis in te nemen binnen de groep van ondernemingen die zij beoogd te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de representativiteit binnen die groep, de deelname aan arbeidsvoorwaarden overleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid en
g. haar activiteiten landelijk te ontplooien al dan niet door middel van een federatie met een of meerdere gelijksoortige organisaties.
5. Een onderneming die, al dan niet rechtstreeks, lid is van meerdere organisaties van ondernemingen als bedoeld in dit artikel, kan per Heffingsjaar slechts één keer een beroep doen op de kortingsregeling als bedoeld in dit artikel.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015875
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl