BWBR0015877
Geldig vanaf 30-12-2003
Artikel 3
Heffingsverordening Productschap Dranken / Commissie voor frisdranken en waters 2004
1. Aan een onderneming, die lid is van een organisatie van ondernemingen die één of meer leden in het bestuur van de Commissie voor Frisdranken en Waters van het Productschap heeft benoemd en die voorts over het jaar 2003 de volledige contributie aan deze organisaties heeft betaald, wordt een aftrek toegestaan op het door hem krachtens deze verordening verschuldigde. De aftrek wordt slechts verleend indien uit de door bovenbedoelde organisaties verstrekte opgave blijkt dat de contributie over het jaar 2003 volledig is betaald.
2. Op de basisheffing wordt geen aftrek toegestaan. De aftrek beloopt 50% van het bedrag dat de betrokkene in het jaar 2003 als contributie aan de betreffende organisatie, of diens rechtsvoorgangers, heeft betaald, zulks met inachtneming van het wettelijk maximum van 50% van het heffingsbedrag. Deze aftrek wordt naar boven tot een veelvoud van € 1,-- afgerond. Tenzij de betreffende organisatie de nodige gegevens verstrekt is degene, die voor deze aftrek in aanmerking wenst te komen, gehouden aan de secretaris, optredende namens het Bestuur, op eerste verzoek de bescheiden over te leggen, waaruit het bedrag van de betaalde contributie blijkt.
3. Andere ondernemersorganisaties kunnen ten behoeve van hun leden een verzoek bij het bestuur indienen om eveneens te worden toegelaten tot de aftrekregeling als bedoeld in het eerste lid.
4. Een organisatie die verzoekt om toelating als bedoeld in lid 3 van dit artikel doet, dient:
a. een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid te zijn en
b. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheden kan uitstrekken tot tenminste een belangrijk gedeelte van het terrein, waarop de Commissie voor Frisdranken en Waters van het productschap een taak te vervullen hebben en
c. te voldoen aan de relevante kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de Verordening representativiteit organisaties van de Raad.
d. tot de werkingssfeer van de Commissie behorende ondernemingen, waarvan het gewogen aantal niet onbetekenend is, te hebben en
e. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van de ondernemingen een positie van enige betekenis in te nemen binnen de groep van ondernemingen die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de representativiteit binnen die groep, de deelname aan arbeidsvoorwaarden overleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid en
f. haar activiteiten landelijk te ontplooien al dan niet door middel van een federatie met een of meerdere gelijksoortige organisaties.
5. Een onderneming die, al dan niet rechtstreeks, lid is van meerdere organisaties van ondernemingen als bedoeld in dit artikel, kan per Heffingsjaar slechts één keer een beroep doen op de kortingsregeling als bedoeld in dit artikel.
2. Op de basisheffing wordt geen aftrek toegestaan. De aftrek beloopt 50% van het bedrag dat de betrokkene in het jaar 2003 als contributie aan de betreffende organisatie, of diens rechtsvoorgangers, heeft betaald, zulks met inachtneming van het wettelijk maximum van 50% van het heffingsbedrag. Deze aftrek wordt naar boven tot een veelvoud van € 1,-- afgerond. Tenzij de betreffende organisatie de nodige gegevens verstrekt is degene, die voor deze aftrek in aanmerking wenst te komen, gehouden aan de secretaris, optredende namens het Bestuur, op eerste verzoek de bescheiden over te leggen, waaruit het bedrag van de betaalde contributie blijkt.
3. Andere ondernemersorganisaties kunnen ten behoeve van hun leden een verzoek bij het bestuur indienen om eveneens te worden toegelaten tot de aftrekregeling als bedoeld in het eerste lid.
4. Een organisatie die verzoekt om toelating als bedoeld in lid 3 van dit artikel doet, dient:
a. een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid te zijn en
b. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheden kan uitstrekken tot tenminste een belangrijk gedeelte van het terrein, waarop de Commissie voor Frisdranken en Waters van het productschap een taak te vervullen hebben en
c. te voldoen aan de relevante kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de Verordening representativiteit organisaties van de Raad.
d. tot de werkingssfeer van de Commissie behorende ondernemingen, waarvan het gewogen aantal niet onbetekenend is, te hebben en
e. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van de ondernemingen een positie van enige betekenis in te nemen binnen de groep van ondernemingen die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de representativiteit binnen die groep, de deelname aan arbeidsvoorwaarden overleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid en
f. haar activiteiten landelijk te ontplooien al dan niet door middel van een federatie met een of meerdere gelijksoortige organisaties.
5. Een onderneming die, al dan niet rechtstreeks, lid is van meerdere organisaties van ondernemingen als bedoeld in dit artikel, kan per Heffingsjaar slechts één keer een beroep doen op de kortingsregeling als bedoeld in dit artikel.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015877
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl