BWBR0015903
Geldig vanaf 01-03-2003
Artikel 2
Verordening heffingen moederdieren 2003
1. De ondernemer die bedrijfsmatig moederdieren houdt of pleegt te houden is aan het productschap een heffing verschuldigd over de door hem in het kalenderjaar 2003 gehouden moederdieren.
2. Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:
a. wat legrassen kippen betreft € 0,06051 per moederdier,
waarvan € 0,023 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,01815 voor het gezondheidszorgfonds, € 0,01886 voor het o. en o. fonds en € 0,0005 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds bestemd is;
b. wat vleesrassen kippen betreft € 0,10703 per moederdier,
waarvan € 0,03625 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,037 voor het gezondheidszorgfonds, € 0,03266 voor het o. en o. fonds en € 0,00112 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds bestemd is;
c. wat kalkoenen betreft € 0,30313 per moederdier,
waarvan € 0,03664 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,11532 voor het gezondheidszorgfonds, € 0,15117 voor het o. en o. fonds.
3. De in het eerste en het tweede lid bedoelde heffing is éénmaal per productieperiode van een moederdier verschuldigd, en wel:
a. indien het moederdieren van kippen betreft: i. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
ii. zodra de moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen, of
iii. zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval dat zij wederom in productie worden genomen;
i. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
ii. zodra de moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen, of
iii. zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval dat zij wederom in productie worden genomen;
b. indien het moederdieren van kalkoenen betreft: i. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
ii. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen, of
iii. zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval zij wederom in productie worden genomen.
i. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
ii. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen, of
iii. zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval zij wederom in productie worden genomen.
2. Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:
a. wat legrassen kippen betreft € 0,06051 per moederdier,
waarvan € 0,023 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,01815 voor het gezondheidszorgfonds, € 0,01886 voor het o. en o. fonds en € 0,0005 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds bestemd is;
b. wat vleesrassen kippen betreft € 0,10703 per moederdier,
waarvan € 0,03625 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,037 voor het gezondheidszorgfonds, € 0,03266 voor het o. en o. fonds en € 0,00112 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds bestemd is;
c. wat kalkoenen betreft € 0,30313 per moederdier,
waarvan € 0,03664 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,11532 voor het gezondheidszorgfonds, € 0,15117 voor het o. en o. fonds.
3. De in het eerste en het tweede lid bedoelde heffing is éénmaal per productieperiode van een moederdier verschuldigd, en wel:
a. indien het moederdieren van kippen betreft: i. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
ii. zodra de moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen, of
iii. zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval dat zij wederom in productie worden genomen;
i. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
ii. zodra de moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen, of
iii. zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval dat zij wederom in productie worden genomen;
b. indien het moederdieren van kalkoenen betreft: i. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
ii. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen, of
iii. zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval zij wederom in productie worden genomen.
i. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
ii. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen, of
iii. zodra de moederdieren in productie genomen zijn, in het geval zij wederom in productie worden genomen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015903
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl