BWBR0016011
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 5
Inconveniëntenregeling Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. De ambtenaar die in de maand juni 2003 aanspraak had op een toelage op grond van het in artikel 6 genoemde koninklijk besluit kan eenmalig zijn keuze voor het hem verlenen van de inconveniëntentoeslag kenbaar maken; hij kan op die keuze niet meer terugkomen.
2. Zolang de ambtenaar zijn keuze bedoeld in het eerste lid nog niet heeft kenbaar gemaakt ontvangt hij een periodieke toeslag op grond van artikel 22a van het bezoldigingsbesluit tot het bedrag van de toelage bedoeld in het eerste lid, welke voor hem gold in juni 2003. Het in de vorige volzin bedoelde bedrag wordt bij algemene salarisherziening naar evenredigheid aangepast.
3. De artikelen 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar bedoeld in het tweede lid van dit artikel.
4. Indien een betrokkene een toeslag als bedoeld in het tweede lid ontvangt:
a. dient de betrokkene per week gedurende één of meer avonden dan wel weekenden of roostervrije dagen, ten minste vier uren beschikbaar te zijn,
b. heeft de betrokkene die in dezelfde week als bedoeld onder a, meer dan vier uren beschikbaar is en werkt in de avond dan wel weekend of roostervrije dagen voor elk gewerkt uur recht op een uur verlof.
5. De betrokkene die gedurende verlofuren werkt, maakt aanspraak op het verlof als bedoeld in het vierde lid, onder b.
2. Zolang de ambtenaar zijn keuze bedoeld in het eerste lid nog niet heeft kenbaar gemaakt ontvangt hij een periodieke toeslag op grond van artikel 22a van het bezoldigingsbesluit tot het bedrag van de toelage bedoeld in het eerste lid, welke voor hem gold in juni 2003. Het in de vorige volzin bedoelde bedrag wordt bij algemene salarisherziening naar evenredigheid aangepast.
3. De artikelen 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar bedoeld in het tweede lid van dit artikel.
4. Indien een betrokkene een toeslag als bedoeld in het tweede lid ontvangt:
a. dient de betrokkene per week gedurende één of meer avonden dan wel weekenden of roostervrije dagen, ten minste vier uren beschikbaar te zijn,
b. heeft de betrokkene die in dezelfde week als bedoeld onder a, meer dan vier uren beschikbaar is en werkt in de avond dan wel weekend of roostervrije dagen voor elk gewerkt uur recht op een uur verlof.
5. De betrokkene die gedurende verlofuren werkt, maakt aanspraak op het verlof als bedoeld in het vierde lid, onder b.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016011
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl