BWBR0016093
Geldig vanaf 24-01-2004
Artikel 5
Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector 2003
1. Broedeieren dienen te worden ingelegd volgens de indeling zoals opgenomen in bijlage V, teneinde kruisbesmetting te voorkomen.
2. De kuikenbroederij van ondernemers die een kuikenbroederij uitoefenen die alleen worden gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdier-legrassen of eendagskuikens-leghennen te voldoen aan de volgende inrichtingseisen:
a. de broedeierenstroom dient te lopen in één richting;
b. de stroomrichting van de lucht, de kuikens, het bedrijfsafval en het destructiemateriaal mag niet tegengesteld zijn aan de stroomrichting van de broedeieren;
c. de ventilatiesystemen van de voorbroed- en uitkomstlokalen zijn zodanig van elkaar gescheiden dat geen lucht van de uitkomstlokalen in de voorbroedlokalen kan komen;
d. er mag geen onderdruk in de voorbroedlokalen ten opzicht van de uitkomstlokalen ontstaan;
e. de uit- en inlaatopeningen zijn zover van elkaar verwijderd dat in de voorbroedlokalen geen instroom van lucht van het uitkomst- en kuikenlokaal kan plaatsvinden;
f. de aan- en afvoer van broedeieren, de afvoer van eendagskuikens en de afvoer van destructiemateriaal gebeurt fysiek gescheiden van elkaar.
3. Ondernemers die een kuikenbroederij uitoefenen die alleen worden gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdier-legrassen of eendagskuikens- leghennen dienen een reinigings- en ontsmettingsplan op te stellen, waarin wordt vastgelegd op welke wijze de kuikenbroederij wordt gereinigd en ontsmet na vaststelling van een besmetting.
4. Indien uit het onderzoek, bedoeld in artikel 3, tweede lid, blijkt dat de eendagskuikens die bestemd zijn voor de productie van consumptie-eieren besmet zijn met Salmonella enteritidis en/of Salmonella typhimurium dan dient de betreffende ondernemer de kuikenbroederij overeenkomstig het in de vorige lid bedoelde plan te reinigen en te ontsmetten.
2. De kuikenbroederij van ondernemers die een kuikenbroederij uitoefenen die alleen worden gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdier-legrassen of eendagskuikens-leghennen te voldoen aan de volgende inrichtingseisen:
a. de broedeierenstroom dient te lopen in één richting;
b. de stroomrichting van de lucht, de kuikens, het bedrijfsafval en het destructiemateriaal mag niet tegengesteld zijn aan de stroomrichting van de broedeieren;
c. de ventilatiesystemen van de voorbroed- en uitkomstlokalen zijn zodanig van elkaar gescheiden dat geen lucht van de uitkomstlokalen in de voorbroedlokalen kan komen;
d. er mag geen onderdruk in de voorbroedlokalen ten opzicht van de uitkomstlokalen ontstaan;
e. de uit- en inlaatopeningen zijn zover van elkaar verwijderd dat in de voorbroedlokalen geen instroom van lucht van het uitkomst- en kuikenlokaal kan plaatsvinden;
f. de aan- en afvoer van broedeieren, de afvoer van eendagskuikens en de afvoer van destructiemateriaal gebeurt fysiek gescheiden van elkaar.
3. Ondernemers die een kuikenbroederij uitoefenen die alleen worden gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdier-legrassen of eendagskuikens- leghennen dienen een reinigings- en ontsmettingsplan op te stellen, waarin wordt vastgelegd op welke wijze de kuikenbroederij wordt gereinigd en ontsmet na vaststelling van een besmetting.
4. Indien uit het onderzoek, bedoeld in artikel 3, tweede lid, blijkt dat de eendagskuikens die bestemd zijn voor de productie van consumptie-eieren besmet zijn met Salmonella enteritidis en/of Salmonella typhimurium dan dient de betreffende ondernemer de kuikenbroederij overeenkomstig het in de vorige lid bedoelde plan te reinigen en te ontsmetten.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016093
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl