BWBR0016094
Geldig vanaf 10-10-2004
Artikel 6
Hygiënebesluit vermeerderingsbedrijven pluimveevleessector 2003
1. Na het reinigen en ontsmetten, bedoeld in artikel 6, lid 1 van de verordening, dient de stal te worden onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella.
2. In het geval dat in het in het eerste lid bedoelde onderzoek Salmonella wordt aangetoond, dient de ondernemer, die een vermeerderingsbedrijf of een opfokbedrijf bestemd voor een vermeerderingsbedrijf uitoefent, de stal opnieuw te ontsmetten en de stal op de aanwezigheid van Salmonella te laten onderzoeken. Een nieuw koppel mag pas worden geplaatst wanneer geen Salmonella wordt aangetoond.
3. Nadat op het (opfok-)vermeerderingsbedrijf bij een koppel een Salmonella paratyphi B var. Java besmetting is geconstateerd via het onderzoek dat conform bijlage I is uitgevoerd, moet de stal worden gereinigd en ontsmet op de wijze zoals in bijlage III is omschreven.
4. Na de constatering van een Salmonella paratyphi B var. Java besmetting, moet de stal tijdens de leegstandperiode door een erkende instantie worden onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella spp. op de wijze zoals in bijlage IV is omschreven. Indien na de leegstandperiode de stal nog altijd besmet is met Salmonella spp. moet de pluimveehouder in overleg met externe deskundigen de verdere aanpak bepalen.
5. Nadat op een (opfok)vermeerderingsbedrijf in een stal een Salmonella paratyphi B var. Java besmetting is geconstateerd dient het voersysteem gereinigd en ontsmet te worden en dient tijdens de volgende ronde gedurende twee weken aan het drinkwater voor de (opfok)-vermeerderingsdieren een middel met bacteriedodende werking te worden toegediend. Deze middelen zijn in de handel vrij verkrijgbaar. De wijze en de toe te dienen hoeveelheid geschiedt volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
6. Nadat op basis van de onderzoeken, omschreven in bijlage I, geen Salmonella paratyphi B var. Java meer wordt aangetroffen, moeten enkele maatregelen gedurende de volgende ronde worden uitgevoerd. Na de volgende ronde dient door een erkende instantie het hygiëne-onderzoek te worden uitgevoerd en dient de stal door een erkende instantie te worden onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella spp.
2. In het geval dat in het in het eerste lid bedoelde onderzoek Salmonella wordt aangetoond, dient de ondernemer, die een vermeerderingsbedrijf of een opfokbedrijf bestemd voor een vermeerderingsbedrijf uitoefent, de stal opnieuw te ontsmetten en de stal op de aanwezigheid van Salmonella te laten onderzoeken. Een nieuw koppel mag pas worden geplaatst wanneer geen Salmonella wordt aangetoond.
3. Nadat op het (opfok-)vermeerderingsbedrijf bij een koppel een Salmonella paratyphi B var. Java besmetting is geconstateerd via het onderzoek dat conform bijlage I is uitgevoerd, moet de stal worden gereinigd en ontsmet op de wijze zoals in bijlage III is omschreven.
4. Na de constatering van een Salmonella paratyphi B var. Java besmetting, moet de stal tijdens de leegstandperiode door een erkende instantie worden onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella spp. op de wijze zoals in bijlage IV is omschreven. Indien na de leegstandperiode de stal nog altijd besmet is met Salmonella spp. moet de pluimveehouder in overleg met externe deskundigen de verdere aanpak bepalen.
5. Nadat op een (opfok)vermeerderingsbedrijf in een stal een Salmonella paratyphi B var. Java besmetting is geconstateerd dient het voersysteem gereinigd en ontsmet te worden en dient tijdens de volgende ronde gedurende twee weken aan het drinkwater voor de (opfok)-vermeerderingsdieren een middel met bacteriedodende werking te worden toegediend. Deze middelen zijn in de handel vrij verkrijgbaar. De wijze en de toe te dienen hoeveelheid geschiedt volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
6. Nadat op basis van de onderzoeken, omschreven in bijlage I, geen Salmonella paratyphi B var. Java meer wordt aangetroffen, moeten enkele maatregelen gedurende de volgende ronde worden uitgevoerd. Na de volgende ronde dient door een erkende instantie het hygiëne-onderzoek te worden uitgevoerd en dient de stal door een erkende instantie te worden onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella spp.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016094
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl