BWBR0016266
Geldig vanaf 18-01-2004
Artikel 10
Klachtenregeling ongewenste omgangvormen Financiën 2004
1. De commissie beslist binnen twee weken nadat een klacht is ingediend of de klacht ontvankelijk is en doet daaromtrent schriftelijk mededeling aan klager.
2. De commissie is niet verplicht de klacht te behandelen indien zij betrekking heeft op een gedraging:
a. waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van deze regeling is behandeld;
b. die voor de in artikel 6 bedoelde maximale termijn heeft plaatsgevonden;
c. waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden;
d. waartegen door de klager beroep kan of kon worden ingesteld;
e. die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan aan een administratieve rechter onderworpen is, dan wel onderworpen is geweest of,
f. terzake waarvan een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en terzake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is.
3. Indien de klacht in behandeling wordt genomen zendt de commissie een afschrift van de klacht alsmede van de aan haar overgelegde stukken aan de beklaagde.
4. De commissie hoort de klager en de beklaagde tenzij de klager of de beklaagde daarvan afziet. Van het horen wordt een verslag gemaakt.
5. De klager en de beklaagde kunnen zich tijdens het horen door een raadsman of -vrouw laten bijstaan.
6. De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.
2. De commissie is niet verplicht de klacht te behandelen indien zij betrekking heeft op een gedraging:
a. waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van deze regeling is behandeld;
b. die voor de in artikel 6 bedoelde maximale termijn heeft plaatsgevonden;
c. waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden;
d. waartegen door de klager beroep kan of kon worden ingesteld;
e. die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan aan een administratieve rechter onderworpen is, dan wel onderworpen is geweest of,
f. terzake waarvan een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en terzake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is.
3. Indien de klacht in behandeling wordt genomen zendt de commissie een afschrift van de klacht alsmede van de aan haar overgelegde stukken aan de beklaagde.
4. De commissie hoort de klager en de beklaagde tenzij de klager of de beklaagde daarvan afziet. Van het horen wordt een verslag gemaakt.
5. De klager en de beklaagde kunnen zich tijdens het horen door een raadsman of -vrouw laten bijstaan.
6. De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016266
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl