BWBR0016858
Geldig vanaf 04-03-2012
Artikel 2
Vergoedingenbesluit Mycoplasma gallisepticum (PPE) 2004
1. Het dagelijks bestuur besluit, met in achtneming van het bepaalde in artikel 6 van het Besluit, tot het toekennen van een vergoeding ter zake van het ruimen van met M.g. besmette ouderdieren aan de ondernemer die een opfokbedrijf of een vermeerderingsbedrijf voert, onder de voorwaarde:
a. dat de ondernemer als zodanig bij het productschap overeenkomstig het bepaalde in de Verordening productie van en handel in broedeieren en levend pluimvee 2003 is geregistreerd en ook overigens heeft voldaan aan alle andere ingevolge evengenoemde verordening op hem rustende verplichtingen,
b. dat de ondernemer heeft voldaan aan de op hem rustende financiële verplichtingen die op grond van de vigerende verordening bestemmingsheffingen legsector dan wel pluimveevleessector in verband met het Financieringsfonds ten behoeve van het ruimen van met M.g. besmette ouderdieren leg- en vleesrassen kippen, aan hem worden gesteld,
c. dat ondernemer ten genoegen van het productschap heeft aangetoond dat de door hem geruimde ouderdieren met M.g. besmet waren,
d. dat de ondernemer de schriftelijk aan hem door de Gezondheidsdienst gegeven aanwijzingen en adviezen inzake bestrijding en voorkoming van M.g. is nagekomen,
e. dat door de ondernemer afstand wordt gedaan van de slachtopbrengst van het betreffende pluimvee ten gunste van het productschap;
f. dat de ondernemer na het ruimen van de met M.g. besmette ouderdieren, de mest in de betreffende stal niet eerder dan veertien dagen nadat de ruiming heeft plaatsgevonden, uit zijn stal heeft verwijderd.
2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt toegekend aan de hand van waardeberekeningen die voor ouderdieren leg- en vleesrassen zijn neergelegd in de bijlage bij dit besluit.
3. Op het overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid berekende bedrag van de vergoeding wordt ter zake van het eigen risico van de ondernemer, een bedrag van € 1,93 per dier in mindering gebracht.
4. In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder c. en e. besluit het dagelijks bestuur tot het toekennen van een vergoeding aan een ondernemer ter zake van met M.g. besmette legmoederdieren in geval deze worden aangehouden als leghen. Het bepaalde in de leden 2 en 3 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat op de vergoeding de economische waarde van de leghennen op moment van besmetting in mindering wordt gebracht. Aan de toekenning van de vergoeding is voorts de voorwaarde verbonden dat de ondernemer afstand doet van de slachtwaarde van de mannelijke ouderdieren van het besmette koppel ten gunste van het productschap.
5. De economische waarde van de leghennen als bedoeld in lid 4 wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur.
a. dat de ondernemer als zodanig bij het productschap overeenkomstig het bepaalde in de Verordening productie van en handel in broedeieren en levend pluimvee 2003 is geregistreerd en ook overigens heeft voldaan aan alle andere ingevolge evengenoemde verordening op hem rustende verplichtingen,
b. dat de ondernemer heeft voldaan aan de op hem rustende financiële verplichtingen die op grond van de vigerende verordening bestemmingsheffingen legsector dan wel pluimveevleessector in verband met het Financieringsfonds ten behoeve van het ruimen van met M.g. besmette ouderdieren leg- en vleesrassen kippen, aan hem worden gesteld,
c. dat ondernemer ten genoegen van het productschap heeft aangetoond dat de door hem geruimde ouderdieren met M.g. besmet waren,
d. dat de ondernemer de schriftelijk aan hem door de Gezondheidsdienst gegeven aanwijzingen en adviezen inzake bestrijding en voorkoming van M.g. is nagekomen,
e. dat door de ondernemer afstand wordt gedaan van de slachtopbrengst van het betreffende pluimvee ten gunste van het productschap;
f. dat de ondernemer na het ruimen van de met M.g. besmette ouderdieren, de mest in de betreffende stal niet eerder dan veertien dagen nadat de ruiming heeft plaatsgevonden, uit zijn stal heeft verwijderd.
2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt toegekend aan de hand van waardeberekeningen die voor ouderdieren leg- en vleesrassen zijn neergelegd in de bijlage bij dit besluit.
3. Op het overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid berekende bedrag van de vergoeding wordt ter zake van het eigen risico van de ondernemer, een bedrag van € 1,93 per dier in mindering gebracht.
4. In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder c. en e. besluit het dagelijks bestuur tot het toekennen van een vergoeding aan een ondernemer ter zake van met M.g. besmette legmoederdieren in geval deze worden aangehouden als leghen. Het bepaalde in de leden 2 en 3 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat op de vergoeding de economische waarde van de leghennen op moment van besmetting in mindering wordt gebracht. Aan de toekenning van de vergoeding is voorts de voorwaarde verbonden dat de ondernemer afstand doet van de slachtwaarde van de mannelijke ouderdieren van het besmette koppel ten gunste van het productschap.
5. De economische waarde van de leghennen als bedoeld in lid 4 wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016858
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl