BWBR0017209
Geldig vanaf 20-02-2010
Artikel 8
Zuivelverordening 2005, Grondslag uitbetaling boerderijmelk
1. Indien de uitbetaling van boerderijmelk plaatsvindt op basis van één of meer van de hiernavolgende onderdelen:
a. het vetgehalte;
b. het eiwitgehalte;
c. de aanwezigheid van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen;
d. het kiemgetal;
e. de verontreinigingsgraad;
f. het celgetal;
g. de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacteriën;
h. de zuurtegraad van het vet;
i. het vriespunt;
j. het chloroformgehalte;
dan worden de desbetreffende nader door het bestuur vastgestelde bepalingen in acht genomen.
2. Indien de uitbetaling van boerderijmelk plaatsvindt op basis van het vetgehalte of het eiwitgehalte, dan worden deze per leverantie bepaald.
3. De ontvanger van boerderijmelk legt het systeem van uitbetaling zoals bedoeld in deze verordening vast. Dit systeem van uitbetaling wordt aan de betrokken melkveehouders bekendgemaakt.
a. het vetgehalte;
b. het eiwitgehalte;
c. de aanwezigheid van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen;
d. het kiemgetal;
e. de verontreinigingsgraad;
f. het celgetal;
g. de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacteriën;
h. de zuurtegraad van het vet;
i. het vriespunt;
j. het chloroformgehalte;
dan worden de desbetreffende nader door het bestuur vastgestelde bepalingen in acht genomen.
2. Indien de uitbetaling van boerderijmelk plaatsvindt op basis van het vetgehalte of het eiwitgehalte, dan worden deze per leverantie bepaald.
3. De ontvanger van boerderijmelk legt het systeem van uitbetaling zoals bedoeld in deze verordening vast. Dit systeem van uitbetaling wordt aan de betrokken melkveehouders bekendgemaakt.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017209
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl